Literatuur en Geneeskunde

Ziekte door andere ogen

Ter plekke. Interessante medisch-literaire plaatsen in Europa

In deze rubriek staan beschrijvingen van allerlei plaatsen in Europa die medisch-literair interessant zijn. Elke twee weken, alternerend met Scoop, verschijnt er op zaterdag een nieuwe aflevering. De tekst is ook als pdf down te loaden, zie onder het bericht. Eerdere posts staan onder het laatste bericht. Commentaar, vragen, tips, kritiek en lof kunnen worden gestuurd naar Arko Oderwald: website@litmed.nl

30 Augustus 2025
Lissabon – Ter plekke – Herman de Coninck
Plaats: R. Marquês Sá da Bandeira 74, 1050-165 Lisboa
Kosten : gratis
Hoe kom je daar: Metro Azul (blauwe lijn) station Praça de Espanha of São Sebastião.

De R. Marquês Sá da Bandeira is nu niet bepaald een aansprekende straat in Lissabon. Voor een toerist lijkt er hier niets te zoeken. Onzichtbaar op de foto is links van de weg een lange muur die de grens vormt met de Jardim da Fundação Calouste Gulbelkian, de prachtige tuin van het Gulbenkian museum, dus misschien loop je door deze straat om naar deze tuin of naar het museum te gaan.

Wat op de foto misschien opvalt is het tafeltje met de stoelen rechts van de groene uitbouw van het restaurant. Die staan namelijk precies bovenop een gedenksteen. En het is deze gedenksteen die sommigen zal bewegen om door deze straat te lopen.

Op 22 mei 1997 stierf Herman de Coninck (Mechelen, 1944) hier op de stoep van de R. Marquês Sá da Bandeira in Lissabon aan een massaal hartinfarct. Hij was maar 53 jaar oud en op weg naar een literair congres. Onder auspiciën van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds werd van woensdag 21 tot zondag 25 mei te Lissabon een manifestatie gehouden ter promotie van de ‘Literature Contemporanea da Flandres e dos Paises Baixos’.
Andere schrijvers, zoals Hugo Claus, Anna Enquist en Connie Palmen waren er zelf bij toen de Coninck hier, op de stoep, overleed.

v.l.n.r. Tessa de Loo, Magda van den Akker, Herman de Coninck, Gerrit Kouwenaar, Margriet de Moor, Adriaan van Dis, Anna Enquist, Connie Palmen, Hugo Claus, Mirjan van Hee, achter haar Gerrit Komrij.

Rutger Kopland, een goede vriend en dichter die destijds niet in Lissabon was, schreef

‘Kaart van een Grieks eiland’.

Herman, ik had je nog een kaart willen schrijven,
zo’n lullige ansicht, voorzien van een grap
over, nou ja, je weet wel waarover,

maar ik hoorde dat je al dood was
voor ik een grap had gevonden.

Ik leef nog, ons gesprek is niet af,
maar ik leef deze laatste dagen gebogen, over woorden
die ik doorstreep, weer opschrijf –

Waar hadden we het over, waar
waren we gebleven, zonder de dood te verwachten
schrijf je geen poëzie, daar waren we
het hartroerend over eens,

poëzie was geluk, het geluk om een paar woorden
te vinden die even bij elkaar wilden horen
voor de dood ons kwam halen,

een grap, een zorgvuldig verzwegen grap
om de dood, deze doorstrepen en weer opschrijven,
zo was poëzie.

Ik zal je dus nooit meer zien.

Ik leef deze laatste dagen gebogen, voor dat alles,
voor dat verlegen lichaam, dat weemoedige hoofd
waarmee je sprak, voor dat alles
levend wordt begraven,

ik bedoel, ik leef gebogen over die kaart,
je weet wel, zo’n veel te blauwe zee,
zo’n veel te blauwe hemel:
Happy days in Greece.

De Coninck was een zeer geliefde Vlaamse dichter, hij schreef herkenbaar en glashelder over dagelijkse dingen én over de grote thema’s als liefde en dood. Dat maakt zijn poëzie tijdloos. In letterkundig jargon behoorde hij tot de ‘nieuw realisten’, maar hij zou daar waarschijnlijk zelf om moeten lachen, als dichter van de paradoxen, de omkering, het niet en het verdwijnen.

[…]
Misschien leerde ik het van mijn moeder.
‘Jongen, je weet wel,’ zei ze toen ik ging trouwen.

Ik heb er bundels en vrouwen
over gedaan om zo weinig te zeggen.
Om het geinige af te leren, vervolgens
het chagrijnige, om ten slotte thuis
te komen in het weinige.

Van de lenige liefde in de enige.

Uit: Vingerafdrukken

Zijn werk was ook (gedeeltelijk) in het Portugees vertaald.

In aanvulling op zijn omvangrijk oeuvre aan gedichten, verscheen na zijn dood ‘Onder literatoren’, waarin zijn interviews met andere schrijvers, zoals Paul de Wispelaere, Rutger Kopland, Gerard Reve en vele anderen werden gebundeld. Deze interviews stamden uit zijn tijd als journalist bij het Vlaamse blad Humo. Later zou hij Humo verlaten en het Vlaams Wereldtijdschrift oprichten.
Ook verscheen een baksteendik brievenboek, getiteld ‘Een aangename postumiteit’ dat enigszins leest als een biografie van de jaren 1965-1997. In dat boek is ook de volgende fax opgenomen

Aan Kristien Hemmerechts
Woensdagnacht halftwee 22 mei ‘97

Poes,
Het is hier leuk en de mensen zijn aardig – maar ik mis je. Ik heb hier niemand om “weet je nog…” tegen te zeggen.
Vanavond zijn we lekker gaan eten in een nieuwe wijk, een soort Lissabon Zuid, aan de Taag, onder een gigantische (xxx) Kristus aan de overkant. Ouwe havenloods tot restaurant omgebouwd. Daarna nog iets gaan drinken in een vreselijk gore buurt, leek het, in een soort gelijkvloerse loft: prachtig
Heb morgenochtend voor de krant een interviewtje in het Engels over mijn poëzie. Ben benieuwd. Zondagavond zou Veerle Claus ons van Zaventem kunnen ophalen.

Poes, ik zie je graag en ik mis je. Kusjes.

Herman

Het betreft hier een fax, geschreven woensdagnacht 21/22 mei en op donderdag 22 mei om 10.06 uur (lokale tijd) verstuurd vanuit Lissabon, vlak voor zijn dood.

De gigantische Kristus waar Herman hier over spreekt staat niet in Lissabon, maar in Almada. Dictators kunnen niet groot genoeg denken, zo ook dit beeld in opdracht van de dictator Salazar. Met de sokkel mee 75 meter hoog, het beeld zelf is 28 meter hoog. Groot genoeg dus om Lissabon in de gaten te houden en om vanuit Lissabon goed gezien te worden. Niet origineel overigens, het voorbeeld staat in Rio de Janeiro.

Wel een interessant plaatje, de 25 April brug, ter ere van de revolutie die de dictatuur verdreef, in één beeld met de Salazar nalatenschap.

Terug naar Herman de Coninck. In 2017 is er een echte biografie verschenen, ‘Toen met een lijst van nu errond’. Het meest indringende boek over Herman de Coninck is en blijft echter ‘Taal zonder mij’, geschreven door zijn vrouw Kristien Hemmerechts, waarin ze de autobiografische sporen in zijn gedichten zoekt en analyseert.

Dus als je toch naar het museum en de tuin gaat, loop even langs deze gedenktegel, sta even stil, en laat tot je doordringen welke schat aan taal hier eindigde.

Aafke de Groot en Arko Oderwald

Bronnen:
Hugo Brems (red) Herman de Coninck. De gedichten I en II. De Arbeiderspers, 1998
Christien Hemmerechts. Taal zonder mij. Atlas, 1998
Thomas Eyskens en Piet Pyriens. Onder literatoren. De Arbeiderspers, 2022
Annick Schreuder (red.) Een aangename postumiteit. De Arbeiderspers, 2004
Thomas Eyskens. Toen met een lijst van nu errond. De Arbeiderspers, oktober 2017
Rutger Kopland. Kaart van een Grieks eiland. Uit: Tot het ons loslaat, van Oorschot, 1997.

Hier is de pdf

16 Augustus 2025

Ter plekke – Lissabon – António Lobo Antunes
Plaats: Hospital Miguel Bombarda
Hoe kom je daar: Metro gele lijn, station Picoas.
Kosten: geen

We zijn net uitgestapt uit de metro bij station Picoas, gele lijn. Verzamelplaats is de Kiosk. Dat is in dit geval ook toepasselijk, want de geschiedenis van de kiosken in Lissabon loopt gedeeltelijk samen met de geschiedenis van de schrijver die hier centraal staat: António Lobo Antunes.

De Quiosques vindt je nu overal in Lissabon. Er zijn er zo’n 70 verspreid over de hele stad. De eerste kiosk zou in 1869 zijn geopend. Er zijn er in alle kleuren en maten, maar allemaal hebben ze zes kanten en een koepel die zou verwijzen naar de Moorse tijd in Lissabon, die bijna 700 jaar duurde. Meestal zijn ze groen, zoals in de bovenstaande foto, de kiosk bij het standbeeld van Camões. Je kunt er koffie krijgen, wijn, een hapje – hartig en zoet. Rond 1930 kwam Salazar en de dictatuur aan de macht. Omdat de kiosken leidde tot samenscholingen op straat – ook nu staan er vaak lange rijen – werden ze op last van Salazar gesloten. De dictatuur verdween in 1974. In 2009 werden de Quiosques nieuw leven ingeblazen, en met een groot succes.

Dat de dictatuur de kiosken verbood was maar een klein rimpeltje in de geschiedenis van de Portugese dictatuur. Vrijwel geen enkele Portugese schrijver kon zich aan deze dictatuur onttrekken, ook António Lobo Antunes niet. Lobo Antunes is arts en moest gedwongen werken in Angola en Mozambique, twee voormalige koloniën van Portugal. Na zijn terugkeer in Portugal werd hij psychiater.

Zijn romans gaan vaak over de geschiedenis van Portugal voor en na de anjerrevolutie. Voorbeelden daarvan zijn Fado Alexandrino en Preek tot de krokodillen. Later schreef hij in meer algemene zin over de condition humaine.

We zijn hier bij deze kiosk

om een kijkje te gaan nemen bij het ziekenhuis waar hij psychiater was en waar hij een roman over geschreven heeft. We zijn in een gedeelte van Lissabon met moderne gebouwen, niet erg aantrekkelijk.

We lopen de R. Tomás Ribeiro in. Al snel komen we bij een park aan het Praça José Fontana. Aan de andere kant van het park ligt het Liceu Camões, gesticht in 1910/11, met als nieuwigheid dat het een gymnastiekzaal had. Mens sana in corpore sano. We volgen de R Gomes Freire en na de R. Bernardim Ribeiro lopen we onderaan een heuvel met daarop een muur en op de muur een hoog hek. Daarboven ligt het Hospital Miguel Bombarda. Weglopen is daar niet alleen verboden, maar ook vrijwel onmogelijk. Het was een psychiatrische inrichting.
Miguel Bombarda was psychiater en republikein. Geboren in Rio de Janeiro in 1851, in 1910 gedood door een patiënt, 2 dagen voordat een door hem heftig nagestreefde revolutie de laatste Portugese koning ten val bracht.

Naar hem is dit psychiatrische ziekenhuis vernoemd. Lobo Antunes kwam hier te werken. Hij beschrijft dat in één van zijn eerste romans.

In Reis naar het einde uit 1980, reist een psychiater van zijn vakantieadres in de Algarve alleen terug naar Lissabon. De volgende dag moet hij weer naar zijn werk in de psychiatrische inrichting. Zijn vrouw heeft hem verlaten en nam zijn twee dochters mee, maar dat weerhoudt hem er niet van om af en toe het woord te richten tot een van zijn dochtertjes op de achterbank. Toen hij haar een keer meenam naar de psychiatrische inrichting wil ze niet mee naar binnen, het is er te eng.
Al rijdende komen er allerlei herinneringen naar boven aan de gruwelijkheden van zijn (gedwongen) oorlogstijd in Angola, zijn mislukte huwelijk en zijn werk als psychiater. De herinneringen vermengen zich associatief met elkaar tot een massale aanklacht, maar ook tot frustratie over zijn eigen onvermogen om hier op een goede manier mee om te gaan.
In de inrichting worden mensen opgenomen die gevaarlijk voor zichzelf of anderen zijn maar ook mensen die totaal ongevaarlijk zijn. Ze worden vrijwel allemaal op dezelfde manier behandeld: met neuroleptica in de billen om ze rustig te houden.
In de oorspronkelijke Portugese titel van Reis naar het einde staat het woord inferno, en het is jammer dat dat woord in de Nederlandse titel ontbreekt, want de roman beschrijft de hel. En voor Antunes is die hel vooral in de inrichting en niet in de oorlog in Angola. Een citaat uit deze roman:

En pas in 1973, toen ik aankwam in Hospital Miguel Bombarda, om daar te beginnen aan een lange reis door de hel, stelde ik vast dat de nacht inderdaad weg is uit de stad, dat hij zich van pleinen en kerkhoven en uit straten en parken heeft teruggetrokken en weggekropen is in de hoekjes van de zalen van dat ziekenhuis, net als de vleermuizen, in de plafondlampen en de kaduke medicijnkasten, in de apparaten voor het toedienen van elektroshocks, in de emmers met verband, de dozen met spuiten, tot de patiënten zwijgend terugkeren uit de eetzaal en in de verveloze ledikanten kruipen, waarna de verpleeghulp op het lichtknopje drukt en dat licht het walgelijke vilt van zijn vleugels, het walgelijke, plakkerige vilt van zijn vleugels uitspreidt over de mannen, die er tussen de lakens met onbedwingbare walging naar staren. De nacht die wegtrekt uit de stad lag op het geknikte gezicht van de patiënt die zich achter de garages had opgehangen, wiens kapotte gymschoenen lichtjes slingerden ter hoogte van mijn kin, lag in de sterfgevallen die ik vaststelde als ik dienst had en het ijskoude diafragma van mijn stethoscoop op borsten drukte die roerloos waren als eindelijk aangemeerde boten, lag
in de ontstelde trekken van de levenden die opgesloten zaten tussen de muren en traliehekken van het gesticht, in het stof op de binnenplaatsen in de zomer, in de gevels van de huizen rondom. In 1973 was ik teruggekeerd uit de oorlog en ik wist alles van gewonden, van het janken van gewonden op de weg, van ontploffingen, schoten, mijnen, van door de explosie van een hinderlaag aan stukken gereten buiken, ik wist van gewonden en vermoorde baby’s, wist van vergoten bloed en heimwee, maar de hel was me bespaard gebleven.

Uit dit citaat blijkt al de grote beeldende kracht van de stijl van Lobo Antunes. Die stijl heeft zich daarna verder ontwikkeld tot een zeer herkenbare en unieke poëtische manier van proza schrijven. Als je er van houdt, en dat geldt lang niet voor iedereen, is elk nieuw boek van hem een feest. Polyfonie, meerdere stemmen die elkaar afwisselen en een spel met de tijd is kenmerkend voor zijn romans. Men zegt dat de enige reden waarom hij geen nobelprijs voor de literatuur heeft gekregen is dat zijn concullega José Saramago deze kreeg. Ook Saramago heeft trouwens een zeer aparte stijl.

Maar goed, wij staan nu onderaan de muur van het Miguel Bombarda ziekenhuis, midden in Lissabon.

We staan beneden op de weg, ongeveer ter hoogte van het ronde gebouw. Dit gebouw uit de het eind van de 19e eeuw was bestemd voor de gevaarlijke patiënten, die hier werden geïsoleerd.

Gelijksoortige gebouwen zijn ook elders in Europa te vinden, zoals de Narrenturm in Wenen en de ronde gevangenissen die waren gebaseerd op het panopticum van Jeremy Bentham. Het verschil hier met dat idee is het ontbreken van de centrale observatiepost, maar die is op een gegeven moment weggehaald. Weer later werd hier een museum voor psychiatrische kunst gevestigd.

Tijd om naar binnen te gaan zult u zeggen. We lopen door op de R Gomes Freire, met de muur aan onze rechter hand. Veel heiligenverering altijd in een katholiek land, we passeren een beeld van Maria da Graça Santos.

Dan slaan we rechtsaf de R Cruz da Carreira in, lopen langzaam omhoog en komen tenslotte uit bij de ingang van het ziekenhuis.

Gesticht in 1848 bleef dit ziekenhuis voor meer dan 300 patiënten in bedrijf tot 2012. Het is nu gesloten, maar er schijnt een heftige discussie gaande te zijn wat er met het gigantische terrein midden in Lissabon moet gebeuren. Een aantal gebouwen hebben erkende historische waarde, zoals het ronde gebouw.

Ik ben hier nu een aantal malen geweest. De eerste keer stond ik voor een gesloten hek. De tweede, derde en vierde keer had ik vooraf het telefoonnummer van het bouwbedrijf laten bellen door een Portugese kennis. Elke keer mocht ik er in, en elke keer was er niemand om op de afgesproken tijd het hek open te doen, of een bewaker die van niets wist. Geen van die keren was er ook maar enige actie op het terrein.
Zeer teleurstellend dus. Wat zou er gebeurd zijn met het museum? We weten het niet. Op facebook staat het museum wel aangekondigd, een bericht uit 2019, maar er onder staat een bericht van iemand die ook voor het hek heeft gestaan denk ik: “does not exist, the guard just unceremoniously ejected me from the campus. Do not waste your time getting here.”

We lopen, een beetje gefrustreerd, weer weg van de ingang, de R. Dr Almeida Amaral af. Onderaan de weg is een klein parkje, het Maria de Lourdes Pintasilgo Park, alweer een heilige trouwens. Daar is een vegetarisch café waar je kunt uitrusten. Wie verder wil lopen gaat naar het vlakbij gelegen Campo dos Mártires da Pátria. Loop door het park en eindig bij het standbeeld van dr Sousa Martins, de dokter uit aflevering 1 van deze serie over Lissabon.

Hier is de pdf van deze aflevering

Eerdere afleverigen hieronder

2 Augustus 2025

Ter Plekke: Lissabon – Jan Slauerhoff
Waar: Praça do Comércio
Kosten: geen

Er zijn een paar plekken in Europa met een groot plein direct aan het water. Vroeger was dit de plaats waar men geïmponeerd aankwam. Het plein in Venetië is wereldberoemd, de pleinen van Triëst en Lissabon wat minder. Het Praça do Comércio in Lissabon ligt ook niet echt aan de zee, hoewel de Taag op deze plaats wel aandoet als een zee.

Het plein is gebouwd na de grote aardbeving die Lissabon trof in 1755. De hele benedenstad van Lissabon werd weggevaagd, mede door de op de aardbeving volgende tsunami en vervolgens een brand. Meer dan 1/3 van de bevolking vond de dood. Deze gebeurtenis wekte in heel Europa afschuw op en gevoelens van verzet tegen deze blinde en verwoestende natuur en werd zo een van de kiemen van de Verlichting.
Markies de Pombal neemt de herbouw op zich en daarom is er nu sprake van het Lissabon van de nauwe een kronkelige straatjes die hoger zijn gelegen en het Lissabon van de rechte lijnen in de benedenstad. Men was de markies eeuwig dankbaar en eerde hem met een beeld van waaruit hij goed kon zien wat hij bewerkstelligd had.

Schuin rechts van het beeld zie je de poort van het Praça de Comércio afsteken tegen de Taag. Aan dit nieuwe, door de markies de Pombal gebouwde plein, waren ooit veel overheidsgebouwen, maar nu zijn er vooral restaurants gevestigd. Hier zat Jan Slauerhoff in 1928 even te genieten, een uitzonderlijk moment in zijn leven. Voor wie het niet weet: Jan Slauerhoff was een Nederlandse scheepsarts en een belangrijk dichter in de eerste helft van de 20e eeuw. Hij leefde van 1898 tot 1936. Hij werd niet oud, al vroeg in zijn leven werd hij geveld door tbc. Hij berichtte vanuit Lissabon het volgende:

‘Praca do Commercio. Wijd, ruim; ruiterstandbeeld voor het verre paleis en daaronder als door een tunnel een twintigsteeeuwse straat met tramway. Sigaretten, koffie, zitten aan de balustrade, uitzien over het plein; in een uur is alle ellende, alle benauwde nachten in de smalle kooi, waaruit het slapend lichaam soms wordt geworpen, vergeten, door de zon, de strakke hemel. De loterijleurder zeurt niet door, maar wijst mij dat ik mijn hoed omgekeerd heb opgezet. Nu, Dagobert deed het met zijn pantalon en hoopte daardoor onsterfelijkheid. (Le bon roi Dagobert/ A mis sa culotte a l’envers.) Dit hoop ik niet van mijn hoed. Maar ik voel me zo dit gezegend uur. Dat is genoeg, lang op zeereis.

Zo verscheen het plein ook in een gedicht.

Na lange dagen door de storm geteisterd
En somtijds uit de kooi gesmakt te zijn,
Door ’t leven van ’t zacht Lisboa nog verbijsterd,
Vind ik mij zitten op het zonnig plein.

Geleund in de uithoek van een balustrade,
Zie ik als over hemelsbreed kozijn
’t Beproefd schip dat klein stilligt aan de kade,
De gele stroom, de kleurge oeverlijn.

Beneden karren raatlen, kranen kreunen,
Hier is het stil, terwijl alleen gitaren
Een oude fado traag en droef opdreunen,
En of karveelen weer de Taag opvaren.

Het beviel Slauerhoff in Lissabon. Ten eerste kwam zijn held, de Portugese dichter Luis de Camões hier vandaan. Slauerhoff was een groot bewonderaar van hem en had ook de beroemde grot van Camões bezocht in Macau

Het leven van Camões boeide hem zo, dat hij er een roman over schreef: Het verboden rijk, die verscheen in 1931. In 1933 verscheen een vervolg: Het leven op aarde.

Slauerhoff maakte in 1928 kennis met Lissabon, op een van de reizen met de Gelria, het schip waarop hij scheepsarts was.

‘Ik bewandel ‘s middags de prado’s
En ‘s avonds hoor ik de fado’s
Aanklagen tot diep in de nacht:
‘A vida e immenso tristura’-

Het leven is immens triest, dat was de andere reden dat Slauerhoff zich thuis voelde in Lissabon. Triestheid was zijn levensgevoel. Die triestheid wordt in Portugal uitgedrukt in het woord Saudade, dat niet zo eenvoudig te begrijpen is. Het drukt nostalgie naar de toekomst en het verleden tegelijkertijd uit, een ambivalent gevoel dat een typisch en moeilijk uit te leggen karakter geeft aan het Portugese leven. En de saudade is volop aanwezig is het levenslied van Portugal: de fado.
Slauerhoff heeft meerdere fado en saudade gedichten geschreven die natuurlijk voor een niet Nederlandse lezer onbegrijpelijk zijn. Maar de nu wereldberoemde Portugese zangeres Christina Branco ontdekte ze, liet ze vertalen en maakte met de vertaalde teksten een fado album: Canta Slauerhoff. Wat zou Slauerhoff daarvan gevonden hebben?

Hier één van deze gedichten, met hier een link naar de uitvoering van Christina Branco

Fado

Ben ik traag omdat ik droef ben
Alles vergeefsch vind en veil;
Op aarde geen hoogre behoefte ken
Dan wat schaduw onder een zonnezeil?

Of ben ik droef omdat ik traag ben
Nooit de wijde wereld inga,
Alleen Lisboa van bij de Taag ken
En ook daar voor niemand besta

Liever doelloos in donkere stegen
Van de armoedige Mourarria loop?
Daar kom ik vele’ als mijzelve tegen
Die leven zonder liefde, lust en hoop.

De fado is de blues van Portugal, zoveel is wel duidelijk. Er is een Fadomuseum in Lissabon, op het adres Largo do Chafariz de Dentro 1, in de Alfama wijk. Daar ook veel aandacht voor de grande dame van de fado, Amalia Rodrigues. Een bezoekje waard, toegang 5 euro.

En je kan ook op verschillende plaatsen live Fadomuziek luisteren. Voor een hele avond eten en muziek kan ik van harte aanbevelen:

Fado ao Carmo
Rua da Condessa numero 52, 1200-122 Lisboa.

Geen podium, de muzikanten staan en zitten vlak bij je, soms participeren er ook gasten (die er natuurlijk wel wat van kunnen). Wel ver van te voren reserveren, het zit altijd vol in een vrij kleine ruimte. 50 euro all-in (de laatste keer dat ik er was).
Kijk op You Tube: https://www.youtube.com/watch?v=nzmVLZ4AJNE

Maar voor nu zitten we nog steeds met Jan Slauerhoff aan het Praça do Comercio te mijmeren over Lissabon, die prachtige stad aan de Taag.

Lisboa

Een stad van grijswitte gebouwen
En halfvoltooide huizen,
Van ruïnes die spoorloos vergruizen
En zuilen die zichtbaar vergrauwen.

En overal zijn nog de puinen
Van de aardbeving openbaar.
Waarom zou men bergen en ruimen?
Onder de aarde dreigt steeds het gevaar.

Paleizen zijn scheef afgesneden,
Van andre ontbreekt een brok muur.

Lisboa bestaat in ’t verleden,
Maar ’t kent geen rust, enkel duur.

Was het ooit aan een stad gegeven
Voort te leven als geest,
Vreemd nu en trouw vroeger gebleven
Na een aschregen op een feest?

Hier een pdf van deze aflevering

Eerdere afleveringen

19 Juli 2025

Lissabon: Fernando Pessoa (2)
Plaats: diverse plaatsen
Duur: Als je deel 1 en deel 2 volgt is de dag bijna gevuld.

Hier kun je de pdf downloaden

  1. Het graf van Pessoa, aanvankelijk
    Plaats: Cemitério dos Prazeres
    Adres: Praça São João Bosco 568, 1350-297 Lisboa.
    Hoe kom je daar: Tram 28E, eindpunt (zo’n beroemde gele tram)
    Openingstijden: 09:00-17:00 (Okt – Apr) tot 18:00 in Mei tot September
    Kosten: geen

Na zijn overlijden werd Pessoa op het Cemitério dos Prazeres begraven bij zijn familie. Een prachtige begraafplaats, maar onder de rook van het vliegveld, zodat er voortdurend vliegtuigen laag over vliegen.

Bij binnenkomst vallen de vele katten op, die hier blijkbaar een goed leven hebben.

Loop je helemaal naar het einde van de begraafplaats dan kijk je uit over een vallei en links de grote hangbrug over de Taag, de 25 April brug.
Een katholieke begraafplaats met veel huisjes, mausoleums. Zo worden er hele dodenstraten gevormd.

Opvallend zijn de ramen, zodat je naar binnen kunt kijken.

Naast de kerk is een ruimte waarin dissecties werden gedaan en daar duikt, een beetje tot mijn verbazing, weer de naam op van dr Sousa Martins, de heilige dokter van Lissabon, als een van de gebruikers op. (zie Ter Plekke 1)

José Saramago, de Portugese winnaar van de nobelprijs voor de literatuur, laat in zijn roman Het jaar van de dood van Ricardo Reis de hoofdpersoon, een alter ego van Pessoa, de Braziliaanse arts Ricardo Reis, het graf van zijn schepper bezoeken op deze begraafplaats.

Saramago beschrijft dat bezoek als volgt:

Toen Ricardo Reis bij het kerkhof arriveerde luidde het klokje in de poort, het klepelde met de klank van gebarsten brons, als een landelijke hoeve in de lome rust van de siësta. Een handkar verwijderde zich met schommelende rouwrabatten, gevolgd door een groep donkere lieden, vrouwen gehuld in zwarte doe¬ken en mannen in trouwpakken, ze droegen witte chrysanten in hun armen, terwijl hele bossen van die bloemen de lijkbaar tooi¬den, zelfs bloemen ondergaan niet allemaal hetzelfde lot. De handkar verdween achter in het kerkhof en Ricardo Reis begaf zich naar de administratie, het dodenregister, om te vragen waar het graf lag van Fernando António Nogueira Pessoa, overleden op de dertigste van de vorige en begraven op de tweede van de huidige maand, opgeborgen op dit kerkhof tot het einde der tij¬den, wanneer God de dichters laat ontwaken uit hun provisori¬sche dood. De ambtenaar beseft dat hij een ontwikkeld, voor¬naam iemand voor zich heeft en legt het volijverig uit, geeft hem de straat, het nummer, want dit is net een stad, meneer, en omdat hij verstrikt raakt in zijn eigen aanwijzingen komt hij achter de balie vandaan, stapt naar buiten en wijst, nu zeer beslist, Die laan daar uit, helemaal, bij de hoek gaat u naar rechts en dan steeds rechtdoor, het graf ligt aan de rechterkant op zo’n tweederde van de straat, maar let u goed op, want het is een kleine steen, je loopt er zo aan voorbij.
(….)
Ricardo Reis is voor¬bijgelopen aan het graf dat hij zocht, er was geen stem die hem riep, Pst, hier is het, en dan zijn er toch nog lui die koppig bewe¬ren dat de doden praten, wee die doden als ze geen plaat hadden, een naam in de steen, een nummer, net als de huisdeuren der levenden, alleen al om hen te kunnen vinden is het de moeite waard geweest dat we hebben leren lezen, stel je een analfabeet voor, een van de vele die wij hebben, je zou hem moeten brengen, tegen hem zeggen, Hier is het, wellicht zou hij je wantrouwig aankijken, zich afvragen of je hem wat wijsmaakt, of hij door jouw vergissing of gemeenheid gaat bidden voor Montecchio terwijl Capuletto daar ligt, voor Mendes terwijl het Gonçalves is.
Het concessiebewijs, Familiegraf van dona Dionisia de Seabra Pessoa, staat in het frontispice gebeiteld, onder de uitspringende dakrand van dit wachthuisje waar de schildwacht, romantisch beeld, aan het slapen is, beneden, ter hoogte van de onderste scharnier van de deur, een andere naam, meer niet, Fernando Pessoa, met zijn geboorte- en overlijdensdatum, en de vergulde ronding van een urn die zegt, Ik lig hier, en Ricardo Reis herhaalt hardop, niet wetend dat hij het heeft gehoord, Hij ligt hier, op dat moment begint het weer te regenen. Hij is van zo ver gekomen, uit Rio de Janeiro, heeft vele dagen en nachten over de golven der zee gevaren, zo nabij en zo ver weg lijkt hem thans die reis, en wat moet hij hier nu, met etenstijd, in deze straat, moederziel alleen met opgestoken paraplu tussen dodenwoningen, in de verte is het valse geluid van het klokje te horen, hij had verwacht dat als hij hier aankwam en dat ijzeren hek aanraakte, hij diep in zijn ziel een schok zou voelen, een verscheuring, een innerlijke aardbe¬ving, grote steden die in stilte instorten omdat wij er niet zijn, met neerzakkende portalen en witte torens, en uiteindelijk is het slechts heel even een licht branderig gevoel in de ogen, zo kort¬stondig dat hij niet eens de tijd had dit te denken en ontroerd te raken door de gedachte.

Deze fantastische roman ter ere van Pessoa toont aan hoe terecht de nobelprijs voor Saramago was. Ricardo Reis, de schepping van Pessoa, die hem af en toe nog ziet, maar steeds vager, is zelf ook ten dode opgeschreven nu zijn schepper er niet meer is. Het is ook een roman waarin Lissabon een belangrijke rol speelt, op een moment dat de tweede wereldoorlog op uitbreken staat. De Portugese dictatuur wordt op onnavolgbare wijze gefileerd. Een prachtige roman.
Saramago zullen we trouwens nog tegenkomen in een ander deel van Lissabon.

Wat in onze tijd wel een probleem is, is dat Pessoa hier niet meer ligt. Het familiegraf waar hij ooit lag is er nog wel, maar evenals de beroemde Amalia Rodrigues, de fado zangeres, is de beroemde schrijver herbegraven in Belem, tevens de laatste stop op onze Pessoa reis.

Na een wandeling over de begraafplaats keren we terug naar de ingang. Hier zijn trouwens wc’s als de nood hoog is. Een laatste tip is nog dat het Campo Ourique als begin/eindpunt van de tram een perfecte plaats is om op een geel trammetje een zitplaats aan het open raam te bemachtigen en de hele rit tot aan Praça Martim Moniz, dwars door Alfama en de steile en kronkelige straatjes, comfortabel uit te zitten. Een rit van zeker drie kwartier.

  1. Het graf van Pessoa, nu
    Plaats: Mosteiro dos Jeronimos
    Adres: Empire Square · 1400-206 Lissabon
    Hoe kom je daar: tram 15E
    Open: dinsdag t/m zondag 9.30-17.30 uur (laatste toegang om 17.00 uur)
    Kosten: 18 euro. Online bestellen aanbevolen

Van de Praça Martim Moniz is het maar een klein stukje lopen naar het Praça Figueira. Daar begint tram 15E. Helaas meestal niet zo’n geel trammetje, maar een moderne tram richting Belem. De tram volgt de oever van de Taag. Als je geen haast hebt kun je onderweg even uitstappen voor het Museu Nacional de Arte Antiga, halte Cais Rocha. In dat museum hangt een schitterend schilderij van Jeroen Bosch.

De verzoeking van de heilige Antonius. In Brussel hangt een wat fletsere kopie. Zeker de moeite waard, maar dit kan natuurlijk ook allemaal op de terugweg.

Terug naar de tramhalte. Uitstappen op het eindpunt in Belem. Er zijn een aantal interessante zaken in Belem: Een museum voor moderne kunst, zeker de moeite waard, een botanische tuin, een bakkerij, de enige plek, naar men zegt, waar de echte pastel de nata te krijgen zijn, een toren, vroeger het vertrekpunt van de grote Portugese zeevaart onderneming, een monument om dat herinneren

en het gebouw waar we moeten zijn, het Mosteiro dos Jeronimos. De paar keren dat ik er was stonden er lange rijen. Vooraf kaartjes kopen is eigenlijk wel zo verstandig.

Eenmaal binnen overvalt de zeer rijke architectuur je. Het klooster is uit de 16e eeuw, het tijdperk van de grote ontdekkingen: langs de Kaap de Goede Hoop naar India (Vasco da Gama), naar Amerika (Columbus), Portugal als klein land bloeide en was over de hele wereld aanwezig.

En in dat klooster ligt Fernando begraven. Je zou haast zeggen dat dit klooster het Pantheon is van Portugal, ware het niet dat het aantal beroemdheden beperkt is. Bovendien is Luis de Camões slechts symbolisch hier begraven.
Ik had verwacht dat voor een dergelijk veelzijdige persoon als Pessoa, goed voor 81 heteroniemen, wel iets minder saais, iets modernistischer, bedacht had kunnen worden. Zowel wat betreft hoe het er uit ziet als wat betreft de omgeving. Anders dan op Cemitério dos Prazeres niemand in de buurt om mee te kletsen.

Ik benijd Fernando niet.

5 Juli 2025
Lissabon: Fernando Pessoa (1)
Plaats: diverse plaatsen
Duur: Als je deel 1 en tevens deel 2 volgt is de dag bijna gevuld.

  1. Café A Brasileira
    Adres: Graça Plaza
    Hoe kom je er: Metrostation Baixa-Chiado, uitgang Baixa

Vlak bij het plein waar de bekendste Portugese dichter, Luis de Camões, een beeld heeft, het Praça Luis Camões, naast de ingang naar de metro, is het terras van Café A Brasileira, een café dat geopend is in 1905. Op het terras zit Fernando Pessoa aan een tafeltje. Hij wordt onophoudelijk gefotografeerd met iemand die op de stoel naast hem gaat zitten, maar hij blijft er koel onder.

Hij zit daar zoals zijn collega en tijdgenoot Hemingway in Havana in El Floridita aan de bar zit. Ontspannen, met een drankje. Want ook dat hadden Hemingway en Pessoa met elkaar gemeen: hun grote voorliefde voor alcohol.

Maar verder verschillen deze tijdgenoten als dag en nacht, waarbij ik in het midden laat wie dan dag en wie nacht is. Een klein voorbeeld is de vriendschap voor een dictator door Hemingway (zie de foto op de foto) en de hekel die Pessoa had aan Salazar, de Portugese dictator.

Fernando Pessoa (1888 – 1935) is vooral bekend geworden door zijn heteroniemen, de vele afsplitsingen van de schrijver die allemaal een ander oeuvre hebben. De bekendste zijn Alberto Caeiro, Álvaro de Campos, Bernardo Soares en Ricardo Reis. Bij Pessoa is de mens niet ééndimensionaal, maar opgemaakt uit meerdere lagen. Het ‘ik is geen heer in eigen huis’ van Freud is door hem in zijn heteronimische werk uitgedrukt. En, grappig genoeg, heteroniemen die ook commentaar op elkaar schreven. Zijn bekendste werk is Het boek der rusteloosheid. Dat boek is pas na zijn dood gepubliceerd, waarover later meer.

Er zijn maar een paar foto’s van hem bekend, bijvoorbeeld deze onscherpe foto:

Pessoa, onderweg naar het terras van Café A Brasileira wellicht. Hier op het terras van het café zit hij goed. Zijn drankgebruik hielp bij zijn vroege dood, zoals wordt beschreven door Antonio Tabucchi, een Italiaanse Pessoa kenner, in De laatste drie dagen van Fernando Pessoa. Het is een korte novelle waarin in de laatste drie dagen van het leven van Pessoa zijn belangrijkste alter ego’s afscheid komen nemen. Het wordt beschreven als een delier.

“Hij lag in een bescheiden kamertje met een ijzeren bed, een witte kast en een kleine tafel. Pessoa ging op het bed liggen, stak de lamp op het nachtkastje aan, legde zijn hoofd te rusten op het kussen en streek met zijn hand over zijn rechterzij. Gelukkig waren de pijnen ondertussen wat minder geworden. De verpleegster bracht hem een beker water en een tablet en zei: excuseert u me, maar ik moet u een injectie toedienen, bevel van de dokter.
Pessoa vroeg om een dosis laudanum, een slaapmiddel dat hij gewoon was in te nemen wanneer hij, in zijn hoedanigheid van Bernardo Soares, er niet in slaagde de slaap te vinden. De verpleegster bracht hem het gevraagde en Pessoa dronk het op. Ik heet Catarina, zei de verpleegster, als u iets nodig hebt, belt u maar en ik kom meteen naar u toe.”

Wij zijn nog steeds op het terras en zitten naast Pessoa. Maar anderen willen dolgraag onze stoel, dus we laten Pessoa hier op het terras zitten, want sinds zijn dood is hij op meerdere plaatsen tegelijkertijd in Lissabon te vinden. Op weg dus, maar eerst kijken we nog even naar binnen bij, volgens het bordje op de gevel, de oudste boekwinkel van Lissabon, Livraria Bertrand, in de R. Garrett, geopend in 1732. Het zou zelfs de oudste boekwinkel in de wereld zijn. Het is allemaal zoals een boekhandel moet zijn, maar bijna nooit meer is. Achterin een café.

Na de boekhandel lopen we even terug, de R. Serva Pinto naar links in lopen naar een plein aan de rechterhand met het geboortehuis van Pessoa, tegenover het nationale theater. En voor dat huis staat wederom een beeld van hem.

  1. Het geboortehuis van Pessoa
    Adres: Largo de Sao Carlos
    Kosten: Geen

Op deze foto is dat beeld nog niet zichtbaar, maar wel het bordje op de muur dat Pessoa hier is geboren. Het bordje hangt bijna achter de lantaarn. Toch is het beeld zeer de moeite waard. Want de manier waarop Pessoa is afgebeeld laat zien dat hij zeker geen open boek is.

Als we Pessoa nog even vergelijken met Hemingway dan is Hemingway een recht toe rechtaan schrijver, terwijl Pessoa, tja, labyrintisch, zoekend, ambigue schrijft. Een voorbeeldje:

(Bernardo Soares) “Ik wou dat ik op het land was, zodat ik kon willen dat ik in de stad was. Ik ben ook zo graag in de stad, maar op die manier zou ik er dubbel zoveel genot van hebben.”

Echt een merkwaardige schrijver, want hij heeft ook tamelijk saaie detectives geschreven en ook een niet zo boeiende reisgids voor Lissabon. Die reisgids is oorspronkelijk in het Engels geschreven, Pessoa vertaalde ook, en ver na zijn dood uitgegeven. Maar wie ben ik om kritiek te leveren op volgens velen één van de belangrijkste schrijvers van de 20e eeuw.

Voor de volgende stap in de voetsporen van Pessoa moeten we naar het huis waar hij woonde. Dat huis ligt in de wijk Ourique. Het makkelijkste gaat dat door op het Praça Luis Camões het gele trammetje 28 naar Campo Ourique te nemen. Tegelijkertijd is dat trammetje vaak overvol, dus hopelijk lukt het. Uitstappen op het Praça de Estrela. Misschien even een blik in de kerk werpen, en dan een klein stukje lopen.

  1. Het huis van Pessoa, (nu museum)
    Plaats : Casa Fernando Pessoa
    Adres: Rua Coelho da Rocha, 16-18 Campo de Ourique
    Hoe kom je daar: Tram: 25 e 28; Bus: 709, 713, 720, 738 en 774
    Kosten: 5 euro. Kaarten ook online verkrijgbaar.
    Openingstijden: 10 – 18 uur. Maandag gesloten.

In nog steeds een gewone straat met woonhuizen woonde Pessoa. Van zijn huis is een biografisch museum gemaakt.

Met in het museum natuurlijk de beroemde mysterieuze kist met 27.543 manuscripten, die na zijn dood werd gevonden.

Of de kist in het museum de echte kist is weet ik niet, ik vermoed van niet, maar deze kist speelt een belangrijke rol in de receptie van Pessoa. Het heeft tot in de jaren 80 van de vorige eeuw geduurd voordat een gedeelte van de documenten ontcijferd waren. In 1982 verscheen de eerste editie van het Boek der rusteloosheid. Daarna volgden telkens weer nieuwe edities, in 1986, 1990 en 1998. Van de laatste versie zijn weer nieuwe drukken verschenen die telkens weer aangepast werden. De Nederlandse vertaling van Harrie Lemmens die hier is afgebeeld, uit 2005, is gebaseerd op de vierde druk van de uitgave uit 1998.

Deze opeenstapeling van veranderingen heeft aan de ene kant te maken met wat er gevonden werd in de kist, maar anderzijds ook met het feit dat teksten in ongedateerde enveloppen zaten. Wat is dan de volgorde? En wat behoorde nu wel en wat nu niet tot het boek? Het beroemde Boek der rusteloosheid is daarom regelmatig aangepast en pas rond 2004 semi- definitief geworden.
Het museum is smaakvol ingericht en geeft een aardig overzicht van het leven en werk van Pessoa. Op de website (die erg traag is) kun je ook een virtuele tour door het museum maken, maar live is toch veel beter.

Na het bezoek in het café een fijn kopje espresso tegen een schappelijke prijs drinken en dan door naar de volgende etappe. Daarvoor kun je teruglopen naar de tram, maar ook doorlopen naar het Cemitério dos Prazeres. Het is ongeveer twee tramhaltes lopen, dus dat valt mee.

Over twee weken vervolgen we onze Pessoa reis.
Arko Oderwald

Download hier de pdf

Eerdere afleveringenn van Ter Plekke staan hieronder

21 Juni 2025
Lissabon: Dokter José Tomás de Sousa Martins

Plaats: Campo dos Mártires da Pátria, Lissabon
Hoe kom je daar: bus 730.
Kosten: geen

Er zijn veel beroemde dokters in onze geschiedenis. Zo zijn er de dokters wier namen aan een ziekte zijn verbonden. Denk aan Gilles de la Tourette, Cushing, Alzheimer, Parkinson, Dupuytren. Of dokters die verbonden zijn met een specifieke medische handeling, zoals de Babinski reflex, of een bepaald symptoom, zoals Cullen of Trousseau. O ja, er zijn ook dokters die als schrijver beroemd zijn geworden: Tsjechov, Vestdijk, Van Eeden, Slauerhoff, om er maar enkele te noemen.
Er is een wikisagepagina met beroemde dokters. Het is een bonte en vrij willekeurige verzameling van dokters, waarvan een groot aantal valt onder de bovenstaande voorbeelden. Wat opvalt is dat geen van die dokters beroemd geworden zijn door hun grote klinische capaciteiten, inclusief het fatsoenlijk omgaan met patiënten. Wat we wel weten is dat sommige dokters juist vanwege het gebrek aan dat laatste weer zijn afgevoerd van de lijst. Zo zijn Friedrich Wegener (ziekte van Wegener) en Hans Reiter (ziekte van Reiter) van de lijst afgevoerd vanwege hun Nazisympathieën. De ziekten zijn hernoemd.
Maar er zijn toch beroemde dokters die beroemd zijn vanwege de manier hoe ze met hun patiënten omgingen. Daarvoor moeten we in Lissabon naar Campo dos Mártires da Pátria. Daar staat het beeld van dokter José Tomás de Sousa Martins.

Hij leefde van 1843 – 1897. Hij heeft een wikipediapagina in het Nederlands. Daarop lezen we:

“Hij was arts en hoogleraar aan de Medisch-Chirurgische School van Lissabon, de voorloper van de Faculteit Medische Wetenschappen van de Universiteit NOVA in Lissabon. Hij studeerde farmacie en geneeskunde en werkte in Lissabon, vooral voor de arme bevolking. Zijn bijzondere interesse was de strijd tegen de tuberculose. Door zijn loopbaan en zijn keuze om vooral voor de arme bevolking van Lissabon te werken werd een imago gecreëerd van een heilige, die tot op heden merkbaar is.”

De toen onbehandelbare tuberculose was zijn levenswerk. Zo zorgde hij dat er in Noord Oost Portugal een sanatorium werd gebouwd, Sanatório Dr. Sousa Martins.
Het is treurig dat Sousa Martins zelf tuberculose kreeg. Zo erg, dat hij op 18 augustus 1897 een eind aan zijn leven maakte.

Nu staan we nu stil bij zijn standbeeld uit 1904.

Het beeld staat vlak bij de medische faculteit waar hij hoogleraar was.

Hij is natuurlijk menslievend afgebeeld, hier te zien op een kaartje met een wens.

Toch is dát eigenlijk niet hetgeen dat het oog herhaaldelijk trekt. Rondom het beeld zijn namelijk allemaal stenen gelegd, vaak van marmer, met daarop wensen en dankbetuigingen. Tientallen, ik denk zelfs honderden wensen en dankbetuigingen van patiënten, de een bovenop de ander.

Het zijn ex voto’s, in vele religies een bekend verschijnsel. Maar dat is nog niet het bijzonderste. Deze goede dokter is op moment van schrijven 128 jaar geleden gestorven… En er liggen ook vele dankbetuigingen die nog geen jaar oud zijn. Dokter Sousa Martins is een heilige geworden. Op zijn geboorte en sterfdatum wordt zijn graf en dit standbeeld door honderden mensen bezocht, zodat een permanente aanwas van ex voto’s tot in de eeuwigheid is gegarandeerd. Ik vraag me af of er iemand is die het een beetje ordent… Zo te zien niet.

Voor zover ik weet is dokter Sousa Martins nog niet tot de romanliteratuur doorgedrongen. Wellicht is De dokter van San Michele van Axel Munthe de roman die de heilige dokter het dichts benaderd. Of dr. Samuel Pozzi, de eerste gynaecoloog, die door Julian Barnes is beschreven in De man in de rode mantel. En dan is er nog de dokter uit een verhaal van Richard Selzer. Zijn dorpsgenoten vinden hem heilig, maar hij is een bedrieger….. Imposter, zo heet het verhaal. Dokter Sousa Martins was zeker geen bedrieger, maar een heilige? Dat is toch ook wat te ver gezocht.

Nu je hier toch bent is het de moeite waard om de R. Julio de Andrade in te lopen, de weg te volgen en dan de Jardim do Torel te bezoeken.

Lissabon kent een aantal plekken met een mooi uitzicht, Miradores. De Jardim do Torel is een prachtig aangelegd park met uitzicht over de benedenstad.

Ook een fijne plek om even uit te rusten. Verlaat het park weer zoals je binnen kwam en loop verder in de R. Julio de Andrade. Ga de eerste links en vervolgens rechts en je komt bij één van de drie kabeltrammetjes, de Elevador do Lavra, van Lissabon om af te dalen naar de benedenstad.

Arko Oderwald

Download als pdf hier

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2025 Literatuur en Geneeskunde

Thema door Anders Norén