Scoop 31: 1 augustus 2026

Na een maand afwezigheid zijn we weer in de lucht! Deze keer aandacht voor Vertel me een raadsel, een verhalenbundel over onder meer ouder worden en ziek zijn. En voor de overpeinzingen van Siri Hustved bij het ziekbed van haar man, de beroemde auteur Paul Auster: Ghost Stories. Verder een boeketje van vijf films die ten onrechte in de slagschaduw dreigen te blijven van het drukbezochte The Odyssey. Thema’s: dementie, paranoia, de zorgen van de thuiszorger, de ziekelijke zucht naar het perfecte lichaam en het ‘Forgotten Baby Syndrome’.

Eindredactie/correctie: Cathri van de Haar
Reacties in de vorm van opmerkingen, vragen, tips, kritiek en/of lof kunnen naar: scoop0329@gmail.com

Verhalen
Vertel me een raadsel, Tillie Olsen, [Vertaling en nawoord: Juliette van Dijk & Anne Marie Koper], Van Oorschot, 128 blz., 22,50 euro.

Het onvermijdelijke lot
In 1961 verscheen Tell me a riddle van de Amerikaanse schrijfster Tillie Olsen (1912-2007): een bundel met vier verhalen, waarvan het titelverhaal het meest beroemd werd. Ik heb geprobeerd op te zoeken of het ooit eerder vertaald is in het Nederlands, maar kon niets daarover vinden. Onlangs verscheen die vertaling na 65 jaar dus waarschijnlijk voor het eerst, bij uitgeverij Van Oorschot.

Ouder echtpaar
Vertel me een raadsel is een fascinerend, modern verhaal, want er spelen verschillende onderwerpen tegelijkertijd. Hoofdpersonen zijn een ouder echtpaar. Zij zijn aan het begin van de 20ste eeuw vanuit Rusland (nu Oekraïne) geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Ze zijn Joods, maar enigszins losgeraakt van die traditie. Ze kregen kinderen, die nu allemaal zijn uitgewaaid over de VS. Zij leven een duidelijk ander leven dan hun ouders, geslaagd in de Amerikaanse realiteit.
Het verhaal begint zo:

‘Ze waren al 47 jaar getrouwd. Niemand kon zeggen hoe diep de eigenwijze kronkels van hun onenigheid waren geworteld, maar nu pas, nu ze niet meer aan elkaar waren vastgeklonken door de zorg voor anderen die van hen afhankelijk waren, kwamen de wortels aan het oppervlak, ze reten de grond tussen hen open en de trillingen waren zelfs voelbaar voor de kinderen die allang volwassen waren.’

Verzet
Het huis is leeg en de man wil naar een soort bejaardenhuis. Maar de vrouw verzet zich daar heftig tegen. Ze heeft haar hele leven gesloofd en had naar haar gevoel weinig invloed op wat er besloten werd. Bovendien was ze geïnteresseerd in romans, Tsjechov bijvoorbeeld, maar lezen was er nooit meer van gekomen. Ze voelt zich nog steeds niet thuis in deze nieuwe wereld. En nu, op haar 69ste, komt ze in verzet. De lezer volgt haar in haar onvermijdelijke lot. Vertel me een raadsel is niet veroordelend. Hoewel haar man neerbuigend is, houdt hij ook van haar – en juist die dubbelzinnigheid maakt het verhaal zo sterk. Als ze op aandringen van haar kinderen tegen haar zin naar een dokter gaat – ze vinden dat ze er zo slecht uitziet – blijkt dat ze uitgezaaide kanker heeft. Ze besluiten het niet aan haar te vertellen.

Tijdloze vraag
Ook de drie overige verhalen zijn de moeite waard. In Ik sta te strijken vertelt een moeder over haar moeizame relatie met haar oudste dochter, waarin de tijdloze vraag van elke ouder is opgenomen of ze de opvoeding wel goed gedaan heeft. Een alcoholische zeeman speelt de hoofdrol in Hé zeeman, waar ga je heen?. Hij bezoekt een bevriend gezin, hij is gewild, maar is tevens een stoorzender van het geregelde maar arme gezin. En in O yes wordt geschetst hoe een zwart en een wit meisje bevriend zijn, maar na de lagere school onherroepelijk zullen scheiden; het zijn per slot van rekening de jaren vijftig in de VS. Een prachtige scène in een (zwarte) kerk vormt de hoofdmoot van dit verhaal.

Tillie Olsen heeft een bijzondere, enigszins brokkelige stijl, die haar verhalen bijna tijdloos maken, met problemen die ook nu nog spelen, maar dan uitvergroot en onomkeerbaarder dan wij ze in onze tijd ervaren. Prachtige literatuur.
In 1980 is Tell Me a Riddle verfilmd door Lee Grant.
Arko Oderwald

Memoir
Ghost Stories. Een boek van herinneringen, Siri Hustved, [Vertaling: Paul van der Lecq], De Bezige Bij, 320 blz., 27,99 euro.

Dat ging snel.
Het leven.
(Haiku door Ron Padgett)

Op 30 april 2024 overleed de Amerikaanse schrijver Paul Auster. Zijn vrouw Siri Hustved schrijft daarover in het recent in het Nederlands gepubliceerde Ghost Stories, de titel is onvertaald gebleven. Siri Hustved is zelf ook schrijfster, maar duidelijk academischer ingebed dan haar man. Dat bleek al eerder in haar Een geschiedenis van mijn zenuwen, uit 2009, een memoir waarin ze bepaalde verschijnselen die bij rouw optreden verklaart met wetenschappelijk onderzoek of filosofische inzichten. Dat zijn niet mijn favoriete passages, omdat ze een gelijkhebberige ondertoon bevatten, maar gelukkig overheersen die niet. Overigens schrijft de buitenwereld die academische invalshoek steevast toe aan Paul en niet aan Siri, hetgeen een lelijk staaltje van seksisme is.

Ziekbed
Ghost Stories is een verzameling van vele soorten teksten. Allereerst natuurlijk de omvattende tekst over het ziekbed van Paul Auster en de periode die volgt op zijn overlijden. Daarin zijn ook e-mails opgenomen die door Siri tijdens zijn ziekbed aan vrienden zijn verstuurd. En de brieven die Auster schreef aan zijn kleinzoon, die hij vier maanden heeft meegemaakt.
In haar terugblik op hun lange gezamenlijke leven spelen ook drie brieven een rol die Siri schreef nadat hij zonder verklaring hun, op dat moment nog korte, relatie had verbroken. Zij was niet kwaad, maar juist vol vertrouwen dat hij weer terug zou komen, hetgeen ook gebeurde. Siri’s rouw is de hoofdmoot van dit boek, maar ook de huidige politieke situatie in de VS komt uitvoerig aan de orde, en dat ook in de vorm van een soort rouw over de verloren gegane verstandelijke vermogens van de Amerikaanse kiezers. Paul Auster had daar een metafoor voor bedacht:

‘Tot dusver is Amerika altijd een redelijk stabiele natie geweest. Afgezien van de Burgeroorlog is de macht steeds op vreedzame wijze overgedragen. We gaan ervan uit dat ons land is gefundeerd op wetten en instituties, en omdat die altijd zo bestendig hebben geleken, ben ik geneigd die instituties aan te zien voor muurvaste bouwwerken.
Nou, nu zouden we er weleens achter kunnen komen dat die bouwwerken van zeep zijn gemaakt, want als deze nieuwe regering de boel over een paar dagen overneemt en die zogenaamd muurvaste bouwwerken met een waterspuit te lijf gaat, zullen ze eenvoudig instorten en in schuim veranderen, waarna het water vrijelijk door de straten stroomt. We moeten er bijzonder alert op zijn om te voorkomen dat die waterkranen helemaal worden opengedraaid.’

Rouw
Ghost Stories is een mooie herinnering aan Paul Auster, met de nadruk op zijn leven met Siri en haar rouw na zijn overlijden. De titel verwijst naar de wens van Auster om na zijn dood een geest te worden, die door het huis blijft dwalen. Siri hoort, ruikt en voelt hem dan ook regelmatig, hetgeen zowel beangstigend als geruststellend is.
Meer beschouwingen over rouw in de literatuur vindt u in een recente editie van ons tijdschrift.
Arko Oderwald

Film
Father, vanaf 6 augustus in de bioscoop.
Hier vindt u de trailer.

Tragedie door stress
Het is een verzengend hete dag en uitgever Michal heeft veel aan zijn hoofd. Terwijl hij zich op weg naar zijn werk druk maakt over een belangrijke vergadering – er is een nieuwe manager ingevlogen die zijn bedrijf weer op de rails moet krijgen – en later op de dag over allerlei andere, soms minder belangrijke zaken, denkt hij zijn dochter van 2 jaar te hebben afgezet bij de kinderopvang. Let op, spoiler (!): maar dat heeft hij niet gedaan. Het gevolg is een gruwelijke tragedie.

Menselijke fout
Geïnspireerd op waargebeurde feiten onderzoekt regisseur Tereza Nvotová met Father de verwoestende gevolgen van een onbedoelde menselijke fout: noem het een ‘glitch’ in het brein. Michal weet zich namelijk vrij levendig te herinneren dat hij hun dochter wel degelijk heeft afgezet. Wat is dit: een valse herinnering, een pseudoherinnering, confabulatie? Het verschijnsel heeft inmiddels een naam en er wordt zelfs onderzoek naar gedaan: Forgotten Baby Syndrome. Maakt die wetenschap dat Michal minder schuldig is? Ja, juridisch misschien, maar ook moreel?
De film richt zich niet alleen op het immense schuldgevoel van Michal, maar ook op de complexe vragen rond rouw, vergeving en maatschappelijke veroordeling. Michals vrouw Zuzka reageert met opvallende empathie: ondanks haar immense verdriet beseft zij dat haar man nooit bewust hun dochter in gevaar zou hebben gebracht.

Father is een voortreffelijk geacteerde en geënsceneerde film – de camera maakt zich soms (schuldbewust?) los van het gebeuren als een observerende, zoekende geest. En die er zonder enig melodrama behoorlijk ‘inhakt’.
Henk Maassen

Film
Värn, nu in de bioscoop en te zien via picl.nl.
Hier vindt u de trailer.

Bevangen door oorlogsparanoia
Het is niet de eerste keer dat we in de bioscoop een paranoïde visionair ontmoeten die meent dat de wereld op een eindtijd of op zijn minst een grote oorlog afstevent, en dat ‘preppen’ dus geboden is. Denk bijvoorbeeld aan Take Shelter (2011) over een brave werknemer, huisvader en echtgenoot die almaar schichtiger en asocialer, obsessief doorwerkt aan een schuilkelder waarmee hij zijn gezin wil beschermen tegen naderend onheil. Maar hier is overduidelijk ook sprake van een psychiatrische casus, dat wordt althans lange tijd gesuggereerd. Of dat ook opgaat voor de hoofdpersoon in het Zweedse Värn is nog maar de vraag. Een zonderling karakter is deze Karl-Göran Persson in ieder geval wel.

Nieuwe oorlog
Voor zijn speelfilmdebuut koos regisseur John Skoog bewust voor het klassieke Kodak filmmateriaal uit 1959. Dit magistrale zwart-wit verleent de film een tijdloze, bijna documentaire uitstraling en maakt van Karls verweerde gezicht een fascinerend landschap. Opvallend is de casting van de Franse acteur Denis Lavant, die geen Zweeds spreekt maar met zijn achtergrond als pantomime- en circusartiest een vrijwel woordeloze, uiterst fysieke vertolking neerzet.
Skoog baseerde zijn film op het leven van de reeds genoemde Karl-Göran Persson (1894-1975), een eenvoudige landarbeider die, getekend door twee wereldoorlogen, de Spaanse griep en de Koude Oorlog, geobsedeerd raakte door de overtuiging dat een nieuwe oorlog onafwendbaar was. Met schroot, oude landbouwwerktuigen, fietsen en huishoudelijke apparaten bouwde hij zijn huis uit tot een bizarre vesting: tegelijk bunker en sculptuur. Tastbare uitdrukking van zowel zijn angst als zijn volharding.

Waan en werkelijkheid
Värn kent een lichte verhaallijn, verteld in impressionistische, fragmentarische maar vaak grandioze beeldtaal. Een koor van kinderen fungeert als getuige van Karls handelen; aanvankelijk kijken ze met verwondering toe, maar gaandeweg lijkt zijn oorlogsparanoia ook op hen over te slaan. De beklemmende, nachtelijke slotscènes, waarin Karl tijdens loeiende sirenes en heftige flitsen haastig muren optrekt, laten in het midden of de bommen werkelijk vallen of alleen in zijn hoofd bestaan – zoals dat ook in Take Shelter het geval was. Juist die ambiguïteit maakt Värn tot een indringende reflectie op de dunne scheidslijn tussen waan en werkelijkheid.

Onzichtbare man
Karl deed mij ook denken aan het weergaloze beeld van ‘de onzichtbare man’, de ik-figuur uit een gedicht van de Zweedse Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer (1931-2015), die zich in een harde wereld weet waaruit alle zin en heiligheid is verdwenen.
Dat gedicht gaat zo – de vertaling is van J. Bernlef:

Decemberavond ’72

Hier kom ik, de onzichtbare man, misschien aangesteld
door een groot Geheugen om juist nu te leven. En ik rijd voorbij
de vergrendelde witte kerk – daarbinnen staat een houten heiligenbeeld
glimlachend, hulpeloos, alsof men hem zijn bril heeft afgenomen.
Hij is eenzaam. Al het andere is nu, nu, nu. De wet van de zwaartekracht
drukt ons overdag op ons werk en ’s nachts op ons bed. De oorlog.

Aan het slot is ook Karl onzichtbaar, verdwenen. Is het oorlog?
Henk Maassen

Film
Zondag de negenste, nu in de bioscoop en vanaf 16 oktober te zien op picl.nl.
Hier vindt u de trailer.

Dementeren met een beschadigd verleden
De broers Horst (Josse De Pauw) en Franz (Peter Van den Begin) hebben elkaar al dertig jaar niet gezien. Horst lijdt aan de ziekte van Alzheimer, Franz lijdt aan geldnood. Hij hoopt op een mogelijke erfenis. Er broeit veel in hun verleden dat een rol speelt in hun animositeit. Niet in het minst door terugkeer van ene Andrea die een rol heeft gespeeld in beider levens.

Woonzorgcentrum
Belangrijk om te weten: Zondag de negenste speelt zich af in een bestaand woonzorgcentrum, waar ook mensen met dementie wonen. De acteurs gaan improviserend met hen in gesprek, waardoor hun dagelijkse werkelijkheid op een natuurlijke en geloofwaardige manier in beeld komt. In eerste instantie lijken de bewoners vooral verward en onsamenhangend, maar gaandeweg krijgen hun verhalen meer betekenis.
Regisseur Kat Steppe, die we vooral kennen als een vaardig documentairemaker, wil daarbij laten zien hoe het (beschadigde) geheugen werkt. Ze laat daarom heden en verleden in elkaar overvloeien; herinneringen verschijnen onverwacht in korte en langere flashbacks, waarin de oudere personages zichzelf als jongere mensen zien. Voor de kijker zijn die scènes overigens niet altijd even makkelijk te volgen of tot een coherent narratief te smeden, maar misschien was dat ook wel niet haar bedoeling.

Geen lege hulzen
In een statement bij de film liet Steppe weten dat mensen met dementie ‘geen lege hulzen’ zijn. ‘Velen blijven zich scherp bewust van hoe hun vermogens achteruitgaan. Wat hen houvast geeft, is dat ze kunnen spreken over wat ze zien en voelen, zonder dat ze voortdurend gecorrigeerd worden.’ Met Zondag de negenste vertelt ze een verhaal over spijt, schuld en liefde, en over een afnemend geheugen dat die liefde heeft uitgewist.
En o ja, let ook even op de Nederlandse acteur Frank Lammers als een onconventionele verpleeghuisarts.
Henk Maassen

Film
Home Sweet Home, nu in de bioscoop.
Hier vindt u de trailer.

Kwetsbare ouderen, kwetsbare verzorger
Net als Zondag de negenste (zie hierboven) vermengt ook Home Sweet Home fictie met werkelijkheid. Voor haar film putte regisseur Frelle Petersen uit haar eigen ervaringen in de thuiszorg. Op de actrice die hoofdpersonage Sofie speelt na, koos ze er bovendien voor uitsluitend niet-professionele acteurs te casten: thuiszorgmedewerkers en inwoners van Zuid-Jutland, de streek waar Petersen zelf haar wortels heeft. Tijdens haar werk in de ouderenzorg ontdekte ze naar eigen zeggen hoe belangrijk een open en onbevangen houding is, vooral als het gaat om de lichamelijke verzorging. Ze ervoer dat de dagelijkse handelingen, zoals wassen, aankleden en aanraken, voor zowel zorgverleners als bewoners al snel heel vanzelfsprekend worden. De ouderen zijn eraan gewend dat zorgverleners tijdens deze intieme momenten dicht bij hen komen, waardoor een bijzondere vertrouwensband ontstaat. Petersen wilde die nabijheid en het wederzijdse vertrouwen zo eerlijk mogelijk in haar film laten zien, omdat die volgens haar de kern vormen van de relatie tussen zorgverlener en oudere. Geen wonder dus dat ze in Home Sweet Home die kwetsbare, getekende lichamen van ouderen zonder terughoudendheid in beeld brengt.

Met hart en ziel
We volgen in de film alleenstaande moeder Sofie, die haar werk weliswaar met hart en ziel doet, maar tegelijkertijd steeds weer moet dealen met de nodige, vaak frustrerende obstakels. Zoals een aandacht vragende 10-jarige dochter, haar ex-partner die het voor de wind gaat, soms agressieve veeleisende familieleden, personeelskrapte, collega’s die hun werk met de Franse slag doen, een chronisch gebrek aan tijd en vooral: het gebod niet emotioneel betrokken te raken bij haar patiënten. Centrale vraag: hoe overleeft ze dit alles? Hoe gaat ze daarin een goede balans vinden, zonder onderuit te gaan?
Henk Maassen

Film
Saccharine, vanaf 6 augustus in de bioscoop.
De trailer vindt u hier.

Geneeskundestudent hunkert naar perfect lichaam
In Saccharine van Natalie Erika James volgen we geneeskundestudent Hana die worstelt met eetbuien, een negatief zelfbeeld en de verwachtingen die ze zichzelf en haar omgeving oplegt. Wanneer ze een jeugdvriendin ontmoet die dankzij afslankmedicatie spectaculair is afgevallen, raakt ze geobsedeerd door de belofte van een moeiteloos slank lichaam. Ze wil indruk maken op Alanya, de sportinstructrice van de universiteitsgym op wie ze heimelijk verliefd is, maar de peperdure pillen zijn voor haar onbereikbaar. Dus besluit Hana haar medische kennis in te zetten om zelf een alternatief te ontwikkelen. De grondstof voor haar experiment is even macaber als onrealistisch: menselijke as, afkomstig van het obese lijk dat zij en haar medestudente Josie tijdens hun anatomiepracticum onderzoeken. En zie, hoe wonderbaarlijk: het middel werkt. Hana’s lichaam slinkt in rap tempo, maar tegelijkertijd groeit een andere honger. De geest van het lichaam begint haar te achtervolgen en eist steeds nadrukkelijker zijn plaats op.

Grotesk
Enfin, dit is bodyhorror, dus dat kan allemaal. En ja, daar moet je van houden. Het maakt de film immers bloederig en grotesk, maar toegegeven: ook tot een scherpe observatie over de dwang om het lichaam voortdurend te verbeteren, beheersen en transformeren. In de beste traditie van een maker als David Cronenberg.
Juist zo sluit Saccharine mooi aan bij wat dit soort horror zo intrigerend maakt. Volgens de Vlaamse filosoof Dimitri Goossens tast die bij de kijker allerlei zekerheden en categorieën aan, door het vertrouwde vreemd te maken en het veilige bedreigend. Door het lichaam te vervormen, open te breken en uit zijn voegen te laten barsten. Saccharine gebruikt die fysieke transformatie niet alleen als bron van afschuw, maar vooral ook als spiegel voor een cultuur waarin de honger naar perfectie uiteindelijk zelfs levens dreigt te verslinden.
Henk Maassen