Saint Rémy de Provence

Ter Plekke – Saint Rémy de Provence – Vincent van Gogh (2)
Maison de Santé Saint Paul
Hoe kom je daar: Ongeveer 20 minuten lopen vanaf het centrum of 5 minuten met de auto
Kosten: 9 euro

Hier is de pdf

Nadat Vincent van Gogh in Arles aanvallen had doorstaan van wat hij zelf dacht dat het epilepsie was, liet hij zich vrijwillig opnemen in Maison de Santé Saint Paul in Saint Rémy de Provence, een psychiatrische inrichting. Daar bleef hij een jaar, van mei 1889 tot mei 1890. Wat zijn gesteldheid betreft was het niet zijn allerbeste jaar, maar tegelijkertijd wel één van zijn productiefste jaren. Hier maakte hij meer dan 150 schilderijen. De exacte hoeveelheid tekeningen met potlood en krijt, alsmede zijn waterverf beelden zijn onbekend, maar er zijn er nog zo’n 130 bekend. Hij voelde zich in het begin op zijn gemak in de inrichting. Op 9 Mei 1889, slechts een paar dagen nadat hij hier was gearriveerd, schrijft hij aan zijn broer Theo:

Ik wilde je zeggen dat ik geloof er goed aan gedaan te hebben hierheen te gaan, allereerst omdat ik, nu ik de werkelijkheid van het leven van allerlei gekken of dwazen in deze menagerie zie, de vage vrees, de angst ervoor kwijtraak. En langzamerhand krankzinnigheid kan gaan beschouwen als een ziekte zoals elke andere ziekte. Verder denk ik dat de verandering van omgeving me goed doet.
Voor zover ik weet, is de dokter hier geneigd datgene wat ik heb gehad, te beschouwen als een aanval van epileptische aard. Maar ik heb er niet naar gevraagd.

Saint Rémy de Provence is een klein stadje met nu (wikipedia) 9547 inwoners. Dat is ongeveer 40 % van het dorp waar één van ons woont, maar er zijn aanzienlijke verschillen. Dat dorp heeft misschien zes restaurants en even zoveel cafés. Saint Rémy heeft er 5x zoveel, het is vergeven van de restaurants en cafés met hun terrasjes. En het is er ’s avonds niet uitgestorven zoals ons dorp, maar Saint Rémy herbergt tamelijk veel toerisme eind Juli, als wij hier zijn. Mijn dorp is tijdens de vakantie juist vanwege die vakantie doodstil.

Ook Saint Rémy is getroffen door het van Gogh virus, met borden met zijn schilderijen in het centrum.

Maar, Saint Rémy is ook bekend omdat Nostradamus hier in 1503 geboren is. Nostradamus, apotheker, past goed in onze tijd van fake nieuws dat hij als astroloog verspreidde.

Maar wij zijn hier voor Vincent van Gogh. Een rechte weg vanuit de stad leidt naar de psychiatrische inrichting buiten de stad, die nog steeds bestaat. La Maison de Santé St Paul is tegenwoordig opgesplitst in de inrichting zelf en een museum gedeelte dat gewijd is aan Vincent van Gogh.

Het is rustig als wij aankomen. We lopen een laan af met links en rechts muren, waarop foto’s van schilderijen die van Gogh hier gemaakt heeft, waaronder de wereldberoemde blauwe irissen. We vermoeden dat zich achter de muren de tuinen bevinden waarin van Gogh inspiratie vond.

Irissen. Olie op canvas. 71.0 x 93.0 cm. Saint-Rémy: Mei, 1889. Los Angeles: Getty Center

We zijn werkelijk omgeven door krekelgeluid. De cicades waren Vincent al eerder opgevallen. Op 18 Juli 1888 schreef hij uit Arles aan Theo:

De cicades – niet die van bij ons, maar zoals deze

je ziet ze in de Japanse albums. Verder Spaanse vliegen, goud en groen, in zwermen in de olijfbomen. Deze cicades (ik geloof dat ze cicada heten) zingen minstens even hard als een kikker.

Maar rechts van ons, achter de muur, horen we ook een heel ander geluid, een tamelijk huiveringwekkende schreeuw. Zo worden we 136 jaar teruggeworpen in de tijd. In dezelfde brief van 9 Mei 1889 schrijft Vincent aan Jo, de vrouw van zijn broer,

Hoewel hier enkele zeer ernstige zieken zijn, is de angst, de afschuw die ik vroeger had voor de waanzin, al sterk afgenomen. En hoewel je hier voortdurend vreselijk geschreeuw en gekrijs hoort als van beesten in een dierentuin, kennen de mensen elkaar hier ondanks dat heel goed en helpen ze elkaar als ze een aanval krijgen. Als ik in de tuin werk, komen ze allemaal kijken en ik verzeker u dat ze meer bescheidenheid en beleefdheid opbrengen om me met rust te laten dan bijvoorbeeld de brave burgers van Arles.

Als we later door een raampje op de eerste verdieping een gedeelte kunnen zien van de ommuurde tuin, die deel uitmaakt van de nog bestaande kliniek en gesloten is voor ons, zien we iemand staan en lopen die, voor het geoefende oog, duidelijk veel neuroleptica in zijn lichaam heeft.

Voordat we dit gebouw met het raampje betreden zagen we al een standbeeld van Joseph Thoret, in het begin van de 20e eeuw was hij een van de grondleggers van het paragliden, en tevens beeldhouwer en dichter. Hij is in Saint Rémy de Provence overleden, maar onduidelijk is of hij ook bewoner was van de inrichting. Waarschijnlijk niet, want na 1910 werden hier geen mannen meer opgenomen.

We betreden het pand. Het is een voormalig klooster, gesticht in 1082. Het is al lang in gebruik als inrichting voor mentale ziekten. Voor de Franse revolutie verpleegden Franciscaanse monniken wat we nu psychiatrische patiënten zouden noemen. In 1807 begon dr. Mercurin er een psychiatrische praktijk. In 1855 bepaalde de prefect van Bouches-du-Rhone dat het klooster bestemd zou worden voor de verpleging van 50 mannen en 50 vrouwen die Aliénés waren.

Reclame uit 1875

De zusters van Saint Jean de Vesseaux bestierden deze inrichting tot 2017, waarna het werd overgenomen door de Association Vivre et Devenir.
We gaan rechtsaf en komen door de eetkamer van de zusters en vervolgens in de keuken, die gerenoveerd werd voor een film. Een toepasselijke film, namelijk Camille Claudel 1915 uit 2012. Camille Claudel, de beeldhouwster, bracht 40 jaar van haar leven door in een psychiatrische inrichting. Dat was alleen niet hier. Dit gebouw werd, inclusief haar bewoners, gebruikt voor de film. Camille Claudel was, in tegenstelling tot Vincent van Gogh, niet tevreden met haar gedwongen verblijf in de inrichting. De film portretteert haar als de enige normale tussen volslagen imbecielen, erg overtuigend is dat allemaal niet.
Ook om een andere reden is deze film toepasselijk. In de film zijn we duidelijk in de vrouwenafdeling, en dat is ook wat dit gedeelte van het gebouw is, de oorspronkelijke vrouwenafdeling. Het is goed om je te realiseren dat van Gogh hier dus waarschijnlijk nooit een voet gezet heeft.
Dan gaan we de trap op en slaan links af en vinden de kamers van de behandelend arts van van Gogh, Peyron, en van de hoofdzuster, zuster Epiphane.

Daarna komen we bij de kamer van een tweede arts, ene dokter Schweitzer. Schweitzer? Inderdaad: Albert Schweitzer was aan het eind van de Eerste Wereldoorlog hier geïnterneerd. Schweitzer werd geboren in Kaysersberg, nu Frans (Elzas) maar toen Duits. Of hij ook als dokter hier werkte? De kamer suggereert het, maar we weten het niet. Officiële informatie is vaag hierover. Waarschijnlijk is dit verzonnen.

Dan volgt een gang met apotheekkasten en de isoleercel met de onvermijdelijke dwangbuis.

En tenslotte komen we in de badkamer. Vincent schrijft dat hij elke week twee keer twee uur in bad zit en dat hem dat goed doet. Het is in dit geval een gewoon bad, maar het gedwongen (koude of lauwe) bad was tot 1950 nog volop in gebruik in psychiatrische inrichtingen.

Vincent zat hier dus niet in bad, maar wel in onderstaand bad.

We lopen weer door en komen bij de kamer van Vincent. Op 23 Mei schrijft hij aan Theo:

Ik verzeker je dat ik het hier goed heb en dat ik voorlopig helemaal geen reden zie om in Parijs of omgeving in een pension te gaan. Ik heb een klein kamertje met groengrijs behang en twee watergroene gordijnen met een dessin van heel bleke rozen, verlevendigd met fijne bloedrode lijnen. Die gordijnen, waarschijnlijk de nalatenschap van een geruïneerde en overleden rijke man, zijn heel aardig van dessin. Van dezelfde herkomst is waarschijnlijk een erg versleten fauteuil met een gevlekte bekleding à la Diaz of à la Monticelli, roodbruin, roze, crème-wit, zwart, vergeet-mij-nietblauw en flessengroen.
Door het venster met ijzeren tralies ervoor kan ik een ommuurd korenveld zien, een vergezicht als van Van Goyen, waarboven ik ’s morgens de zon in zijn volle glorie zie opkomen.
Bovendien heb ik – omdat er meer dan 30 kamers vrij zijn – een extra kamer om te werken.

De echte kamer van Vincent had een ander uitzicht, dat wel veel lijkt op dit uitzicht overigens:

Hij schrijft dat er dertig kamers vrij zijn, het ging blijkbaar niet zo goed met de inrichting. Een grafiek van de bedbezetting, afkomstig uit een boek van Evelyne Duret, bevestigt dat.

Het is in de inrichting dus rustig, en dat zal zeker ook bijgedragen hebben aan het herstel van Vincent. Wat doet hij elke dag? Aanvankelijk moet hij binnen de inrichting blijven, maar dat weerhoudt hem er niet van om te schilderen.

Sinds ik hier ben, heeft de verwilderde tuin met grote dennenbomen waaronder hoog en slecht onderhouden gras groeit vermengd met allerlei soorten raaigras, me voldoende werk gegeven, en ik ben nog niet naar buiten geweest.
Toch is het landschap van St.-Rémy heel mooi en langzamerhand zal ik er waarschijnlijk tochten gaan maken. Maar omdat ik hier ben gebleven heeft de dokter natuurlijk beter kunnen zien wat er aan de hand is en hij zal, naar ik hoop, er nu geruster op zijn dat hij me kan laten schilderen.

Van Gogh schildert in de tuin

De tuin van het Saint-Paul ziekenhuis. Olie op canvas. 95.0 x 75.5 cm. Saint-Rémy: Mei, 1889. Otterlo: Kröller-Müller Museum.

en wat hij uit het raam ziet.

Aan de voet van de bergen. Olie op Canvas, 37,5 x 30,5 cm. Juni 1889. Amsterdam: Van Gogh museum.

Wat kan ik je voor nieuws vertellen? Niet veel. Ik heb twee landschappen onder handen (doeken van 30) van vergezichten, gemaakt in de heuvels.
Het ene is het landschap dat ik uit het raam van mijn slaapkamer zie. Op de voorgrond een verwoest korenveld dat tegen de grond geslagen is na een onweer. Een muur als omheining en aan de andere kant grijs gebladerte van een paar olijfbomen, hutten en heuvels. Ten slotte bovenaan het doek een grote wit-met-grijze wolk, weggezonken in het azuurblauw. Het is een uiterst eenvoudig landschap – ook wat de kleur betreft. Het zou de pendant kunnen vormen van die studie van de slaapkamer die beschadigd is.

Berglandschap achter Saint-Paul ziekenhuis. Olie op Canvas. 70.5 x 88.5 cm. Saint-Rémy: Juni 1889. Copenhagen: Ny Carlsberg Glyptotek

Deze tuin is anno 2025 niet te bezichtigen. Rechts van de muur aan de rechter kant is wel voor de bezoekers toegankelijk. Het gereedschapshuisje aan de andere kant van de muur staat er nog steeds. Ook hier weer veel afbeeldingen van schilderijen aan de muren.

Achterin de tuin nog een mooi gezicht op het complex met, links op de foto, twee granaatappelbomen, of zijn het kweeperen?

Nadat we door de tuin hebben gewandeld is er nog het onvermijdelijke winkeltje met snuisterijen, (bijna) altijd gesitueerd voor de uitgang. Maar in dit geval zijn het niet alleen snuisterijen; je kunt hier kunstwerken kopen die door patiënten gemaakt zijn. De opbrengsten gaan de stichting Valetudo, om het atelier in stand te kunnen blijven houden, zoals geld voor materialen. Daar zitten soms heel aardige kunstwerkjes tussen.

We wandelen daarna door naar de kloostergang (‘cour’). En dan nemen we nog even een kijkje in de eenvoudige kerk die bij het complex hoort, rechts op bovenstaande foto.

Vincent was hier naar eigen zeggen op zijn plaats. Als hij aankomt zegt hij:

Het zou goed kunnen dat ik hier vrij lang blijf; nooit ben ik zo rustig geweest als hier en in het gasthuis in Arles, zodat ik eindelijk een beetje kan schilderen. Hier vlakbij zijn kleine grijze of blauwe heuvels, met aan de voet heel erg groene korenvelden en dennenbomen.
(….)
Ik ben – over mijn toestand gesproken – ook nog zo dankbaar voor iets anders. Ik merk bij anderen dat ook zij net als ik tijdens hun aanvallen vreemde geluiden en stemmen hebben gehoord, dat voor hen de dingen ook leken te veranderen. En dat verzacht de schrik die ik aanvankelijk had voor de aanval die ik heb gehad en die je, als het je onverwacht overkomt, alleen maar mateloos bang kan maken. Als je eenmaal weet dat het bij de ziekte hoort, neem je het als iets gewoons. Als ik geen andere gekken van nabij had gezien, had ik het nooit afgeleerd om er altijd aan te denken. Want als je een aanval krijgt, is het geen pretje om zo door angst te worden gekweld. De meeste epileptici bijten op hun tong en verwonden die. Rey vertelde me dat hij een geval had gekend van iemand die zich, net zoals ik, aan zijn oor had verwond en ik heb een dokter van hier die me samen met de directeur kwam opzoeken, geloof ik horen zeggen dat hij het ook al eens had gezien. Ik durf te veronderstellen dat je, als je eenmaal weet wat het is, als je je eenmaal bewust bent van je toestand en dat je een aanval kunt krijgen, er dan zelf iets aan kunt doen om niet zo te worden overvallen door angst of ontzetting. Welnu, het is nu al 5 maanden minder aan het worden, ik heb goede hoop erbovenop te komen of in ieder geval niet meer zulke hevige aanvallen te krijgen.

Meer dan 150 schilderijen zijn hier ontstaan, plus nog vele tekeningen, met potlood en krijt, en waterverf afbeeldingen. Ze zijn over de hele wereld verspreid, want elk museum wil wel een Van Gogh in de collectie hebben. Een aantal van die olieverf schilderijen geven een beeld van de inrichting.

Bomen in de tuin van Saint-Paul ziekenhuis. Olie op canvas. 90.2 x 73.3 cm. Saint-Rémy: Oktober, 1889. Los Angeles: The Armand Hammer Museum of Art

Verder zijn het zijn landschappen. Eerst uit het raam en daarna op plekken dichtbij de inrichting, maar er zijn ook kopieën naar prenten.

Korenveld met cipressen. Olie op canvas. 72.5 x 91.5 cm. Saint-Rémy: begin September, 1889. London: National Gallery.

En tenslotte schilderde hij ook patiënten en mensen die werkten in de inrichting. Het zijn er maar een paar, maar het zijn indringende beelden. Van Gogh kon goed opschieten met Trabuc, een verpleger. Hij schilderde hem in september 1889.

Portret van Trabuc, een verpleger in het Saint-Paul-ziekenhuis. Olie op canvas. 61.0 x 46.0 cm. Saint-Rémy: September, 1889. Solothurn: Kunstmuseum Solothurn, Dubi-Muller Foundation.

En hij schilderde onderstaand schilderij van een andere patiënt, die op de een of andere manier doet denken aan de neuroleptische man die wij zagen: een brug tussen nu en toen.

Portret van een patiënt in Saint-Paul ziekenhuis. Olie op canvas. 32.5 x 23.5 cm. Saint-Rémy: Oktober, 1889 Amsterdam: Van Gogh Museum

Zeker een imponerend bezoek, waarbij het gevoel achterblijft dat je terug bent gegaan in de tijd. Dat neemt niet weg dat de geschiedenis wel wat geweld is aangedaan. Gelukkig is het niet voorzien met een teveel aan educatief bedoelde informatie, en het maakt ondanks alles toch een authentieke indruk. Een (grote) omrit waard!

Bronnen
Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker. Vincent van Gogh. De Kunst van het woord. Zijn mooiste brieven. Amsterdam: Uitgeverij Carrera, 2014.

Evelyne Duret. Un asile en Provence. La maison Saint-Paul à Saint-Rémy du XVIIe au debut du XXe siècle. Aix-en-Provence: Presse Universitaires de Provence, 2020.

Schilderijen van van Gogh
https://vggallery.com/international/dutch/paintings/main_az.htm

Arko Oderwald en Aafke de Groot
met veel dank aan Teio Meedendorp