Parijs
In Parijs geeft de stichting voor Literatuur en Geneeskunde twee cursussen. Parijs is zo rijk aan medisch-literair materiaal dat we niet alleen twee cursussen kunnen vullen, maar ook vele afleveringen van deze rubriek. De indeling daarvoor is een beetje arbitrair. We zullen zowel aandacht besteden aan romans, aan medische en literaire personen, als aan de vele oude ziekenhuizen die nog steeds in Parijs staan en nog steeds in gebruik zijn. In sommige van die ziekenhuizen zijn dan weer romans gesitueerd.
Parijs (1): Een klinische les van Jean Martin Charcot
Plaats: Universiteit Paris V Cité
Adres: Rue des Écoles in het Quartier Latin.
Toegang: gratis
Medisch historisch museum: 3 euro
Hoe kom je er: Metro 4, halte Saint Michel of Odeon, of RER B, halte Saint Michel.
Er zijn een aantal schilderijen gemaakt waarin een klinische les het onderwerp is. Een beroemd voorbeeld is het schilderij The Agnew Clinic van Thomas Eakins uit 1889.

Thomas Eakins, The Agnew Clinic. John Morgan Building, University of Pennsylvania, Philadelphia.
Twee jaar eerder maakte André Brouillet ook een schilderij van een klinische les.

André Brouillet. Een klinische les in het Salpêtrière, 1887
Je vindt dit schilderij in de vijfde universiteit van Parijs: Cité. Opgericht als Paris IV, Descartes, in 1971 door de opsplitsing van de universiteit van Parijs in 13 universiteiten, en in 2020 weer samengevoegd met twee andere instituten tot Paris V, Cité.

Er zit bewaking bij de ingang, op het plaatje naar rechts, maar als je zegt dat je voor het medisch-historische museum komt, kun je doorlopen, nadat ze een vluchtige blik in je rugzak hebben geworpen. Je komt dan in deze hal:

Aan het eind de trap op. Vergeet niet even te kijken naar het grote schilderij, ook van André Brouillet, van een ziekenhuiszaal. Het hangt halverwege de trap.

Brouillet was geen schilder die zich had gespecialiseerd in medische tafrelen. Behalve de twee bovenstaande schilderijen is er nog één afbeelding van hem bekend met een medische onderwerp: een test met een vaccin voor kroep (difterie).

Le vaccin du croup. André Brouillet. Héliogravure, Revue L’Œuvre d’art, 5 Mei 1895.
Terug naar Paris Descartes of Cité. Bovenaan de trap is de medische bibliotheek. Toch de moeite waard om even binnen te lopen (als het mag, er zitten medische studenten te studeren).

Daarna op de eerste verdieping teruglopen richting de ingang. Er is trouwens ook een lift, achter de controle bij de ingang. Je moet wel even zeuren om er in te mogen. Boven die ingang hangt op de eerste verdieping het (eveneens grote) schilderij van André Brouillet. Het hangt weinig flatteus in een halletje, bij de wc’s. We zien de fameuze Jean Martin Charcot, neuroloog in de tweede helft van de 19e eeuw.

Het schilderij is uit 1887. Charcot heeft vele wetenschappelijke prestaties op zijn naam staan, maar hij is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar hysterie, waarvan we hier een afbeelding zien. Plaats van handeling: het Salpêtrière ziekenhuis (zie één van de volgende afleveringen). Zijn favoriete hysterica, Blanche Wittman, wordt gedemonstreerd. Ze is al bijna flauwgevallen, in een boog, zoals we ook links op het schilderij zien, waar een ets hangt van Paul Richer waarop een vrouw te zien is in de karakteristieke Arc hystérique.


Paul Richer
Op het tafeltje liggen een aantal instrumenten, waaronder een apparaatje om druk uit te oefenen op de ovaria, naar men dacht behulpzaam bij de behandeling van hysterie.

Nu weten we dat Blanche waarschijnlijk niet alleen gedemonstreerd werd, maar zelf ook demonstreerde en dat zeer overtuigend kon doen. Deze demonstraties waren eens per maand openbaar en zeer gewild bij het Parijse publiek.
Bij het raam tegenover het schilderij in het halletje hangt een plaatje waarop aangegeven staat wie er allemaal op het schilderij te zien zijn.

Sigmund Freud staat er niet op, maar hij verbleef wel vier maanden bij Charcot, en moet daar dus ooit gezeten hebben. Freud vertaalde Charcot en veranderde en passant de opvattingen van Charcot over hysterie radicaal. Wel te zien zijn de zoon van Charcot en Richer (van de ets links), ook collega van Charcot, en twee beroemde leerlingen van Charcot: Gilles de la Tourette, van de ziekte die naar hem is vernoemd, en Babinski, die vereeuwigd is met de Babinski reflex.

Gilles de la Tourette is, als syndroom, ook in de romanliteratuur terecht gekomen. In onze database staat er één: Mr Tourette en ik, van Pelle Sandstrak.
Ik begin problemen te krijgen met over drempels stappen, op stoelen gaan zitten en over belangrijke strepen stappen. Het gevoel sluipt erin en ik kan niet verklaren waarom. Als ik niet op de juiste manier over de drempels stap, kunnen er dingen gebeuren, dingen die mijn leven zullen beïnvloeden, mijn persoonlijkheid, mensen aan wie ik gehecht ben. Delen van het deurritueel zijn overblijfselen van jaren geleden. Bijvoorbeeld het cijfer negen. Een goed cijfer. Maar als iets goed is, is er ook iets slecht. Zes is een slecht cijfer. Verklaring: als de negen een mens is en je zet die mens op zijn kop, dan stroomt het bloed naar de hersenen, de hersenen krijgen te veel bloed en je gaat dood. Een negen op zijn kop wordt een zes. Het cijfer negen is goed, zes is fout. Ik kan dus het cijfer zes niet zeggen of schrijven. Maar hoe tel ik dan tot negen? Een twee drie vier vijf zes zeven acht negen? Nee. Want dan zit de zes erbij. Het juiste antwoord wordt: een twee drie vier vijf + een twee drie vier = negen. Dezelfde uitkomst, je bereikt het cijfer negen via een omweg. Ook de kleur rood doet al een hele tijd mee. Verklaring: rood = in zuidelijke richting = warmte = veroorzaakt zweet = veroorzaakt bacteriën = veroorzaakt ziekte = veroorzaakt dood = slechte kleur. Een rode kleur is een dode kleur is een slechte kleur. Blauw daarentegen is een goede kleur: blauw = in noordelijke richting = kou = geen zweet = geen bacteriën = geen ziekte = niemand gaat dood = goede kleur.
Behalve dit boek is er de roman Geestdrift van Daniel Hecht en De Minnamannen van Jonathan Lethem, met een detective met Gilles de la Tourette in de hoofdrol.
Babinski daarentegen is volgens mij nooit gefictionaliseerd. Wel belangrijk genoeg als neuroloog voor een kloeke biografie. Maar Charcot is wel tot de romanliteratuur doorgedrongen. In onze tweede Parijs cursus bespreken we Charcot en deze romans. In deze rubriek zullen die romans worden besproken als we het Salpêtrière ziekenhuis bespreken.
Als je eenmaal toch voor het schilderij in Paris Cité staat dan is het de moeite waard om nog een trap op te gaan naar het medisch-historische museum. Voor een paar euro waarschijnlijk het rustigste museum van Parijs, en: zonder dat je vooraf moet reserveren.

Op zich is dit geen spectaculair museum. Het is vrij conventioneel en, maar wel op een vele kleinere schaal, te vergelijken met het Boerhaave museum in Leiden. Uiteraard hier met een Frans sausje en voor ons soms onbekende medische grootheden. De zaal, met een omloop op hoogte, lijkt op het andere historische museum in het St Louis ziekenhuis, waar we in deze rubriek ook aandacht aan zullen besteden.
Arko Oderwald