Scoop 30 20 juni 2026

In deze editie aandacht voor de herneming van een klassieke film over alcoholverslaving (Leaving Las Vegas), een film over kinderen die een ongewisse toekomst tegemoet gaan en op zorg aangewezen zullen zijn (Omaha), de biografie van Fré Dommisse, ‘schrijfster tussen normaal en abnormaal’ en de aansporing om de serie The Pitt over een SEH in de VS te bekijken. Maar eerst een paar woorden bij het overlijden van auteur/dichter Lieke Marsman.
NB.: Wegens afwezigheid verschijnt de volgende editie van deze rubriek over circa vier weken.

Eindredactie/correctie: Cathri van de Haar
Reacties in de vorm van opmerkingen, vragen, tips, kritiek en/of lof kunnen naar: scoop0329@gmail.com

Fictie, poëzie en non-fictie

De grondtoon is hoop
Lieke Marsman (1990-2026, zie ook hier) was even goed thuis in verhalend proza als in essayistiek en poëzie, getuige onder meer Het tegenovergestelde van een mens, De volgende scan duurt vijf minuten, Op een andere planeet kunnen ze mij redden en het zojuist verschenen De dichter en de duivel. En niet te vergeten haar fenomenale bundel In mijn mand, waarvan je passages uit je hoofd wilt leren, zoals deze uit het lange gedicht Universele esthetiek:

maar voor iemand die een groot deel van haar zielenrust
doorgaans haalde uit de gedachte
dat in de toekomst alles beter wordt,
is het gekmakend. De dokter belt eerder
dan verwacht en weet de gemoederen
voor even te bedaren. Rustig maar. Dan
slaat de betovering van de dood
waarin ieder gebaar of geluid betekenis heeft
opeens weer om in het gewone onrustige klik-klak
van een middag zonder doelen.
Het is ook nooit goed met die pathetische dichters.

Of de bij haar dood veelgeciteerde hartverscheurende slotregels van het titelgedicht:

Is het mijn sterfdag?
Vergeet klokken die luiden
De lucht is stil, als lucht
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil het vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken
.

Kans
In Op een andere planeet kunnen ze me redden kiest ze voor de hoop dat behandelingen van haar uitgezaaid chondrosarcoom haar langer in leven houden, hoe ingrijpend deze behandelingen ook zijn. Ze houdt daarbij een even overtuigende als woedende tirade tegen het denken in QALY’s. Vraagt zich retorisch af of er een manier is om te zeggen ‘“de dood hoort bij het leven” zonder dat het onderdeel is van een argument dat de dood moet bagatelliseren?’ En stelt zich met haar dreigende dood in het vooruitzicht open voor de mogelijkheid dat er meer is tussen hemel en aarde.
Ze leest denkers als Plato, Spinoza en William James. Met instemming noteert ze van de laatste: ‘Niets is kenmerkender voor de mens dan zijn bereidheid om te leven op basis van een kans. Edmund Gurney (19de-eeuwse tijdgenoot en collega van James, HM) zou zeggen dat het bestaan van die kans het verschil vormt tussen leven waarvan de grondtoon berusting is, of een leven waarvan de grondtoon hoop is.’

Andere wereld
Ze leest verder het fameuze The Case Against Reality van cognitief psycholoog Donald Hoffman en verdiept zich in het werk van bewustzijnstheoretici en kwantumfysici. Ze bekent aanvankelijk een hekel te hebben gehad aan sciencefiction, maar dat dit is veranderd sinds ze las over ufo’s en ufo-ervaringen. En besluit uiteindelijk resoluut: ‘Er is nog een andere wereld.’ Ze noemt dat haar ‘tweede bekering’, een bekering waarvoor ze moeilijker durft uit te komen dan voor die eerste: dat ze in ‘iets goddelijks’ gelooft. ‘(…) een aanwezige afwezigheid die altijd en overal is en alles mogelijk maakt, maar eenieder wel zijn vrije wil gunt’. En mocht die hele ufologie toch op een complot berusten dan is het in ieder geval ‘de gezelligste complottheorie’, omdat niemand er last van heeft. Haar slotsom: ‘Ik ben een materialist, maar ik ben liever een idealist.’ Hoop is opnieuw het woord dat hier voortdurend mee resoneert.

Empathie
Het trio ufo’s, sciencefiction en hoop viel me gek genoeg weer in toen ik Steven Spielbergs laatste ‘blockbuster’ Disclosure Day had gezien, waarin een katholieke non zegt dat het bestaan van buitenaards leven bevestigt dat God, net als het universum dat hij heeft geschapen, oneindig veel groter is dan mensen zich realiseren. En waarin buitenaardsen kunnen inloggen op het bewustzijn van mensen. Maar vooral omdat bij Spielberg – volgens de New Yorker een zelfverklaarde agnosticus – ook de redding van een andere planeet komt, zij het nu in de vorm van een welgemeende, maar nogal sentimenteel-naïeve oproep aan de mensheid tot meer onderlinge empathie.
Even vroeg ik mij daarom af: wat zou Lieke Marsman hier nou van gevonden hebben?
Want empathie kan ook verkeerd uitpakken, als ik haar goed begrijp: ‘Maar het allerergste vind ik de mensen die zeggen: jouw situatie plaatst mijn eigen problemen wel in perspectief, zeg. Pardon? Nee, nee, nee, ik ben hier niet kapot aan het gaan om jouw saaie rotleven per contrast wat meer glans te geven.’
Enfin, dringend advies: lees haar werk.
Henk Maassen

Film
Leaving Las Vegas, vanaf volgende week opnieuw in de bioscoop.
De trailer vindt u hier.

Drinkend naar het einde
De klassieker Leaving Las Vegas van Mike Figgis uit 1995 komt na dertig jaar opnieuw in de bioscoop. De film, gebaseerd op een autobiografische roman uit 1991 van de alcoholische auteur John O’Brien (die op 34-jarige leeftijd zelfmoord pleegde), verhaalt van Ben (Nicholas Cage in een van zijn beste rollen), een man wiens carrière als scenarioschrijver in Hollywood dankzij z’n drankzucht totaal is vastgelopen. Hij besluit zich te pletter te zuipen en zet zijn ultieme drankgelag voort in Las Vegas, waar de bars altijd open zijn en waar Sera, een prostituee, zich over hem ontfermt. Zij beleeft met hem, zijns ondanks bijna, een hartstochtelijke romance. Ben heeft geen geschiedenis, geen wortels. Er is iets grondig misgegaan in zijn leven, maar wat, daar komen we nooit helemaal achter. Ben is een anonymus, iemand die in geestelijke ballingschap is gegaan. Hij zoekt vergetelheid in de woestijnstad Las Vegas, een driedimensionale droom. Het is een stad van louter uiterlijk, zonder geschiedenis, zonder een authentieke kern. Het perfecte oord derhalve om al drinkend en hallucinerend in een poel van vergetelheid ten onder te gaan. Niet altijd is ook duidelijk of bepaalde scènes zich in zijn hoofd of in de werkelijkheid afspelen. Voor Ben ligt de verlossing niet in een nieuw leven, maar in de dood.

Akrasia
In een interview met het Nederlands Tijdschrift voor Literatuur en Geneeskunde vertelde de psycholoog Reinout Wiers over Akrasia: een begrip uit een dialoog tussen Socrates en Protagoras zoals die is opgeschreven door Plato. Daarbij draait het om de vraag in hoeverre mensen kunnen kiezen voor dat wat niet het beste voor ze is, ondanks het feit dat ze alle tijd hadden om de voors en tegens op een rij te zetten. Anders gezegd: keuze A is evident beter, en toch valt de keus op B. Socrates probeert aan te tonen dat dat niet mogelijk is, terwijl Protagoras en veel huidige psychologen en neurowetenschappers beargumenteren dat dit wel degelijk kan. Vertaald naar patiënten met een (alcohol)verslaving betekent dit dat voor hen de verlichting van hun levenspijn veel zwaarder weegt dan de wetenschap dat verslaving hun leven verkort. Een keuze die irrationeel lijkt, kan zo dus, vanuit het perspectief van de verslaafde, toch een rationele beslissing zijn.

Verslaafd of niet?
De vraag is daarbij in dit geval wel: is Ben een verslaafde? En is hij – naar de maatstaven van de moderne verslavingsgeneeskunde – dus ‘ziek’? Hij is zeker een man in grote crisis. Maar we weten niet waar die crisis vandaan komt, misschien is de oorsprong zelfs onkenbaar, hoewel ze onmiskenbaar aan de basis ligt van zijn destructieve handelen. Je zou bijna zeggen: de hulp die hij nodig heeft kan geen ‘professional’ hem geven. Wat vindt u? Gaat dat zien en laat het ons weten!
Henk Maassen

Film
Omaha, vanaf 25 juni in de bioscoop.
De trailer vindt u hier.

Kinderen van de rekening
Wanneer een vader zijn twee jonge kinderen in alle vroegte wakker maakt voor een onaangekondigde roadtrip (ook de hond mag mee), belooft dat weinig goeds. Kennelijk moet hij zijn huis verlaten (vanwege hypotheekschulden?) en probeert hij zijn kinderen wanhopig te beschermen in een wereld die hem vrijwel alles heeft afgenomen.
Omaha ontpopt zich vervolgens inderdaad als een reis langs benzinestations en anonieme motels en over de eindeloze vlaktes tussen Californië en Nebraska. De eindbestemming blijft lang onbekend, en waarom die in Nebraska ligt, wordt pas helemaal aan het eind duidelijk. De vader blijft, anders dan zijn kinderen en de hond, naamloos: bewust denk ik, omdat hij staat voor het lot dat velen trof na de financiële crisis van 2008.

Momenten
Regisseur Cole Webley, die zich baseerde op een scenario van Robert Machoian, heeft een scherp oog voor betekenisvolle momenten: de cd waarop de stem van de overleden moeder bewaard is gebleven, de vlieger die de kinderen onderweg op een immense zoutvlakte oplaten, de boeken die de dochter in de haast van het vertrek meegrist, de speelgoedautootjes die het jochie onderweg bij tankstations steelt, de dierentuin die ze bezoeken. Het zijn allemaal kortstondige momenten van licht in een verder vanuit het perspectief van de vader inktzwarte tocht.
Omaha is, zoals dat heet, een ‘kleine’ film, overduidelijk gemaakt on a shoestring. Misschien té klein, want niet vrij van een soms nogal clichématige beeldtaal en een dreinerige (want goedkope?) soundtrack. Toch beklijft het lot van het drietal en hun hond: niet in het minst omdat aan het slot het instituut ‘Zorg’ in menig opzicht uitkomst moet bieden. Hoe en waarom: dat moet u zelf gaan zien.
Henk Maassen

Non-fictie
Fré Dommisse. Schrijfster tussen normaal en abnormaal (1900-1971), Catharina Th. Bakker, Waanders uitgevers, 320 blz., 29,95 euro.

Psychiatrie honderd jaar geleden
‘Als ik een speld machtig kon worden, slikte ik die in. Scherven van steengoed, spijkers, stukjes glas, niets was meer veilig voor me. Niemand wist het en nadelige gevolgen ondervond ik er niet van.’ Dit vertelt Dé van der Velde, de ik-persoon in de roman Krankzinnigen (1929). Het is het waargebeurde verhaal dat Fré Dommisse zelf doormaakte tussen 1918 en eind 1921 in de psychiatrie: in een kliniek in Utrecht, een gesticht in Wolfheze en de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Van deze roman, die ook in onze tijd interessant blijft, verschijnt binnenkort een nieuwe druk. Het is een heftig relaas, met episodisch terugkerende psychosen en ernstige suïcidaliteit. Niet bedoeld als aanklacht tegen de psychiatrie, maar om begrip te kweken bij het grote publiek voor wat mensen doormaakten in de toenmalige psychiatrie.

Biografie
Catharina Th. Bakker beschrijft in de biografie Fré Dommisse. Schrijfster tussen normaal en abnormaal (1900-1971) hoe het haar verder in het leven verging. Fré was de jongste van zes kinderen, haar vader overleed plotseling toen ze amper zeven maanden oud was. In Krankzinnigen schrijft Fré dat de oorzaak van haar vaders overlijden een epileptische aanval was. Haar moeder meende dat het door de kerkscheuring kwam. Fré’s vader was dominee.
Fré ging na diverse opnames met haar vriendin Dina de Jong en haar blinde moeder in Doorn wonen, waar ze een kunsthandel bestierde en bevriend was met Ans Koster, de geliefde van Simon Vestdijk. Haar grote voorbeeld was Henriëtte Roland Holst, ’tante Jet’, met wie ze veel contact onderhield.
De biografie van Catharina Bakker is een fraai geïllustreerd boek, dat bovendien uitstekend geannoteerd is.
Hans van der Ploeg, psychiater
Beluister hier onze podcast waarin de biografe vertelt over Fré Dommisse.

Serie
The Pitt, twee seizoenen. Te zien op HBO Max.
De trailer van het tweede seizoen vindt u hier.

SEH als afspiegeling van een samenleving
Ten slotte, onder het motto beter laat dan nooit, nog een paar woorden over de overal zeer geprezen tv-serie The Pitt. Voor wie het nog niet wist: The Pitt is het medische drama waarin je in elk van de vijftien afleveringen – van de twee seizoenen – één opeenvolgend uur meebeleeft van een enkele dag op de overbelaste, uiterst hectische SEH in een ziekenhuis te Pittsburgh.

Onder druk
New York Times-columnist en opiniemaker Frank Bruni sloeg onlangs de spijker op de kop toen hij de serie ‘een oefening in empathie’ noemde. Ik citeer: ‘Keer op keer benadrukt The Pitt een boodschap die tegelijk vanzelfsprekend en noodzakelijk is: we weten nooit echt wat er in iemand omgaat. Een tumor die jarenlang onopgemerkt blijft, staat symbool voor veel meer dan alleen een medische aandoening. De serie laat ook zien wat de prijs is van onze neiging om te denken dat we de waarheid al vanaf het eerste moment begrijpen.’
Maar de serie is evenzeer een pleidooi voor diversiteit, in de zorg en daarbuiten. En een les in burgerschap. ‘Maar bovenal is het een studie van mensen die onder enorme druk staan – of dat nu gebeurt wanneer een hartslag dreigt weg te vallen, of wanneer een samenleving uit elkaar dreigt te vallen. De serie laat zien hoe belangrijk het is om door te zetten en te proberen dingen te verbeteren, ongeacht de kansen of de obstakels.’

Tussen verstand en gevoel
De microkosmos van de SEH is aldus een vrij zuivere afspiegeling van de macrowereld Amerika (zie ook hierboven de bijdrage over de film Omaha). In Amerika woedt, aldus Bruni, een strijd tussen kennis en improvisatie, tussen wetenschap en bijgeloof, tussen verstand en gevoel. ‘Je zou verwachten dat The Pitt zonder voorbehoud de kant van de deskundigheid kiest. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Hoewel de serie regelmatig en terecht de indrukwekkende vooruitgang van de medische wetenschap verheerlijkt, suggereert ze ook dat experts soms vastgeroest of te voorzichtig kunnen zijn. Tegelijkertijd begrijpt ze dat zowel mensen als samenlevingen ruimte nodig hebben voor zowel zorgvuldige procedures als verbeeldingskracht.’
Voldoende aansporing om de serie te gaan zien, dunkt mij.
Henk Maassen