Om te beginnen twee geweldige films. Ten eerste de verfilming van Tommy Wieringa’s klassieker Joe Speedboot. Auteur/psycholoog Vittorio Busato ging kijken en is uitermate tevreden over het resultaat. Dan het indrukwekkende Sound of Falling: een meesterwerk dat je moet zien om het te geloven. Verder een boek (Euthanasie en de dokter) vol met ervaringsverhalen van artsen over euthanasie.
Tenslotte nog drie films: over de nawerking van een traumatische gebeurtenis (Whitetail), over rouw (Just Our Heart) en over een ontregelende ‘ecodepressie’ (Peak Everything).
Eindredactie/correctie: Cathri van de Haar
Reacties in de vorm van opmerkingen, vragen, tips, kritiek en/of lof kunnen naar: scoop0329@gmail.com
Film
Joe Speedboot, nu in de bioscoop
Hier vindt u de trailer

Joe Speedboot en de jongen in de rolstoel
Van het lezen van Joe Speedboot, de bestseller van Tommy Wieringa die begin 2005 uitkwam, herinnerde ik me vooral het leesgenot, de pure euforie c.q. betovering die een echt goed boek je heel soms kan geven. Binnen korte tijd las ik het boek twee keer en raadde ik diverse vrienden aan hetzelfde te doen.
Waarover het boek ging, daar had ik beduidend minder scherpe herinneringen aan, bedacht ik onderweg naar de persvoorstelling van de verfilming van het boek. Dat is het wrede aan ons geheugen, dat immers vervaagt, vervormt en vertekent. Wel wist ik nog dat Joe Speedboot zelf een vliegtuig had gebouwd dat hij werkelijk de lucht in kreeg. Dat vliegtuig nam hij mee naar de kunstacademie voor zijn toelatingsexamen. Doet-ie het?, kreeg hij als vraag. Waarop hij de motor startte en direct werd toegelaten.
Ook herinnerde ik me nog dat hij bevriend raakte met een klasgenoot in een rolstoel. Dat die jongen Fransje Hermans heette was ik vergeten, evenals waarom hij in die rolstoel terecht was gekomen en dat hij niet meer kon praten. Dat Joe en Fransje beiden verliefd waren op PJ, was evenmin bezonken in de mist van mijn geheugen. Maar dat hij een ontzettend sterke arm had en met Joe Speedboot louche armworstelwedstrijden afging, dat was me weer wel bijgebleven.
Verbaasde blik
Die wedstrijden komen aangenaam aan bod in deze film van regisseur Sam de Jong. Dat toelatingsexamen op de kunstacademie, en dan met name de verbaasde blik die de leden van de beoordelingscommissie moeten hebben gehad als een middelbare scholier voor hun ogen een zelfgebouwd vliegtuig start, zit dan helaas niet in de film. Maar goed, dat is direct mijn voornaamste kritiek op deze sympathieke en geslaagde verfilming van het meesterwerk van Wieringa. De drie hoofdrolspelers – Tobias Kersloot speelt Joe Speedboot, Daan Buringa (zelf fysiek beperkt) speelt Fransje Hermans en QiQi van Boheemen speelt PJ – verdienen alle lof voor hoe goed en vooral naturel zij hun rol vertolken.
Scherp observator
Dat is eveneens het bijzondere aan dat vermaledijde geheugen, dat filmbeelden blijkbaar verborgen herinneringen doen ontwaken. Al snel wist ik weer waarom Fransje in een rolstoel zat, in wat voor bekrompen gezin hij opgroeide en wat voor scherp observator hij was in zijn dagboeken. De eindscène van de film, tijdens de bruiloft van de zwangere PJ, compenseert overigens ruimschoots het gemis van het vliegtuig tijdens dat toelatingsexamen op de kunstacademie. Sowieso heb ik door de film weer zin gekregen dat betoverende Joe Speedboot te herlezen.
Vittorio Busato, psycholoog, auteur en journalist.
Film
Sound of Falling, nu in de bioscoop
De trailer vindt u hier

Fantoompijn van de geschiedenis
Lang geleden zag ik op een fototentoonstelling in Londen, gewijd aan het negentiende-eeuwse Natchez in Mississippi, een portret van een jong meisje. Haar blik was zo indringend dat het even leek alsof de afstand in tijd en plaats tussen ons werd opgeheven. Later, toen ik in Natchez was, heb ik daar stad en land afgezocht naar een fotoboek waarin precies dat portret was opgenomen. Ik wilde het beeld terugvinden dat mij toen zo had getroffen. Het is me niet gelukt.
Iets vergelijkbaars – maar dan niet voor een vluchtig ogenblik, maar voor de duur van een hele film – bereikt Mascha Schilinski met Sound of Falling (de Duitse titel In die Sonne schauen is eigenlijk nog treffender). De film vertelt de gefragmenteerde geschiedenis van een boerenhoeve in het Duitse Saksen- Anhalt. Een geschiedenis die zich concentreert rond de lotgevallen van vier dochters van verschillende boerenfamilies, verspreid over een periode van honderd jaar. Maar op zo’n manier getoond dat de film – hoe wonderlijk – de tijd lijkt op te heffen, niet alleen tussen de diverse karakters, maar ook tussen hen en ons – de kijkers. Het resultaat is dat er een onderhuidse verbinding lijkt te bestaan tussen de meisjes uit de verschillende generaties.
Geamputeerd been
Een paar fragmenten: begin jaren veertig bindt de adolescente Erika haar been in alsof het een stuk vlees is, een imitatie van haar oom bij wie een been is geamputeerd. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog probeert de 7-jarige Alma obsessief een foto na te bootsen waarop haar moeder staat afgebeeld met een dood kind – een beeld dat griezelig veel gelijkenis met haarzelf vertoont. In het heden ontwikkelt de tiener Lenka, die met haar Berlijnse ouders en jongere zus de boerderij bezoekt, een fascinatie voor buurmeisje Kaya van wie de moeder is overleden aan longkanker. En in de jaren tachtig heeft de oudere tiener Angelika een bijna incestueuze relatie met twee mannelijke familieleden.
Steeds gaat het om geweld, vernedering en onderdrukking – fysiek, psychisch en sociaal – waaraan vrouwen, meisjes en het vrouwelijk lichaam worden onderworpen. De handcamera volgt ze: zwevend, rusteloos, losgemaakt van elk vast gezichtspunt. Al gauw komt het bij je op dat je het zelf bent die door deze geschiedenis beweegt. Soms nader je mensen en objecten, dan weer drijf je van ze weg. We kijken door verschillende lenzen, door sleutelgaten ook: tijdgaten in de geschiedenis. Het levert scènes op die zweven tussen waarneming, herinnering en verbeelding.
Het resultaat is pure cinema, in de traditie van de grote filmmakers als Michael Haneke, David Lynch, Robert Bresson en Stanley Kubrick. Dat betekent dat alle zintuigen worden aangesproken: er wordt veel geproefd, bevoeld en geroken; de geluidsband is een meesterproef op zichzelf – een essay waard. Diverse voice-overs, niet duidelijk toe te schrijven aan één personage, vertellen ons verhalen over al deze vrouwen: zussen, tantes, dienstmeisjes, moeders en vriendinnen.
Collectief geheugen
De meisjes voelen de spanning van hun ouders, de zwaarte van de plek waar ze leven, maar beschikken nog niet over de woorden om het te benoemen. Ze lijden aan iets wat er eigenlijk niet meer is, noem het gerust fantoompijn. Ze spelen letterlijk met vuur, zoeken grenzen op, schreeuwen om aandacht – gedragingen die soms gevaarlijk dicht bij zelfvernietiging komen.
De motor van de film is een collectief geheugen – een geschiedenis van pijn die in de lichamen van vrouwen lijkt opgeslagen, lichamen die nooit van hen zijn geweest; die door wetten en sociale structuren aan anderen boven hen werden toegewezen. De boerderij waar het grootste deel van de film zich afspeelt wordt zo een huis van fantomen. En die epigenetische continuïteit van de geschiedenis krijgt daarmee de vorm van een spookverhaal.
2026 is tot nu toe een uitzonderlijk filmjaar, met indrukwekkende titels als Sirat en The Secret Agent. Maar Sound of Falling is een film van een geheel eigen orde, een briljant meesterwerk waarvoor u – naar ik hoop – minstens twee keer naar de bioscoop gaat.
Henk Maassen
Non-fictie
Euthanasie en de dokter, Theo Boer e.a. (samenstelling), Skandalon, 265 blz., 27,99 euro

Ervaringsverhalen van dokters over euthanasie
Niet iedereen realiseert zich wat een euthanasieverzoek met een arts doet, of in ieder geval kán doen. Achter ieder besluit over zo’n verzoek en, als het daarvan komt, de eigenlijke uitvoering ervan, gaat een proces schuil van morele afwegingen, professionele verantwoordelijkheid en persoonlijke betrokkenheid. In Euthanasie en de dokter, onder redactie van drie medisch ethici, komen artsen aan het woord over de werkelijkheid achter zo’n verzoek. Het resultaat: 54 verhalen – te persoonlijk gekleurd opgeschreven om ze als casussen aan te duiden – van huisartsen, psychiaters, specialisten en artsen van het Expertisecentrum Euthanasie. Soms anoniem, soms opgetekend onder eigen naam.
Sommigen van hen ervaren grote voldoening wanneer zij een patiënt zorgvuldig kunnen begeleiden bij euthanasie, maar beschrijven tegelijk de zware emotionele belasting. Anderen worstelen juist met principiële bezwaren, vaak gevoed door religieuze overtuigingen of hun visie op de rol van de arts. Een huisarts verwoordt zijn bezwaren tegen euthanasie die deels blijken geworteld in zijn geloof en deels in zijn overtuiging dat het niet past bij de taak van een arts zoals hij die ziet. Tegelijkertijd, benadrukt hij, staat die overtuiging een open en zorgvuldig gesprek over het levenseinde niet in de weg.
Thematische ordening
De kracht van het boek schuilt in zijn veelstemmigheid en de thematische ordening van de bijdragen, steeds voorafgegaan door een ‘voorbeschouwing’ van de samenstellers. Dementie en psychiatrie is zo’n thema. Wat als een patiënt met dementie, tegen de verwachting in, gedurende het ziekteproces juist minder lijkt te lijden? Wat als iemand die een verpleeghuisopname vooraf als ondraaglijk bestempelt, het verblijf uiteindelijk toch niet als zodanig ervaart? En hoe om te gaan met psychiatrisch lijden, waarvan bekend is dat herstel – soms na jaren – mogelijk blijft? Een psychiater beschrijft hoe hij werd geconsulteerd door een twijfelende huisarts bij een suïcidale patiënt. Later besprak hij de casus met collega’s en voelde hij zich, zo schrijft hij, op een onaangename manier onder druk gezet. Tijdens zijn studie in de jaren tachtig volgde hij het euthanasiedebat nauwgezet. Tegenstanders waarschuwden toen voor een glijdende schaal, en volgens hem lijkt een geval als dit te bevestigen dat die zorg deels terecht was. Hij vreest dat euthanasie soms te veel op ‘u vraagt, wij draaien’ gaat lijken, en raadt zijn kinderen daarom af om geneeskunde te studeren.
Twijfel
Wat in veel bijdragen opvalt, is het belang van het levensverhaal. Dat biedt context en perspectief; het maakt het lijden invoelbaar. In een aantal bijdragen is er niettemin twijfel bij de arts, bijvoorbeeld in het verhaal over een patiënte met een snel voortschrijdende kwaadaardige aandoening. Volgens de betrokken huisarts was haar toestand minder eenduidig dan op het eerste gezicht leek. Ze had geen pijn, was niet misselijk, had geen jeuk, geen darmverstopping en geen delier of ander onbehandelbaar ongemak. Of haar lijden daadwerkelijk ondraaglijk en uitzichtloos was, bleef voor hem daarom de vraag.
In overleg met een arts van het Expertisecentrum Euthanasie bleek dat deze dat wél begreep. Tegelijkertijd wees die collega hem erop dat er de laatste jaren een verschuiving zichtbaar is in de manier waarop ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ wordt geïnterpreteerd, met name binnen de oncologie. Voor de huisarts bevestigde die constatering juist zijn eerdere bedenkingen bij de euthanasiewet. In zijn ogen laat die ontwikkeling zien dat er sprake is van een geleidelijke verruiming van de criteria – een beweging die hij ervaart als het betreden van een hellend vlak.
Palliatieve sedatie
Ook het onderscheid tussen euthanasie en palliatieve sedatie krijgt aandacht. In ziekenhuizen wordt palliatieve sedatie soms als alternatief gepresenteerd, waardoor patiënten niet altijd volledig worden geïnformeerd over de mogelijkheid van euthanasie. Dat voedt de misvatting dat euthanasie in een ziekenhuissetting niet mogelijk zou zijn. Artsen in het boek benadrukken bovendien dat het om wezenlijk verschillende handelingen gaat. Euthanasie is een bewuste, geplande levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. Palliatieve sedatie daarentegen is gericht op het verlichten van ondraaglijk lijden, waarbij het tijdstip van overlijden onzeker blijft. Het beloop is onvoorspelbaar en vraagt voortdurende medische afstemming. Een bijzondere vorm is terminale sedatie: continue sedatie bij niet te verlichten lijden, wanneer de levensverwachting korter is dan twee weken.
Euthanasie en de dokter laat zien dat euthanasie geen administratieve handeling is, maar een beslissing die zich steeds weer afspeelt op het snijvlak van recht, geneeskunde en geweten.
Henk Maassen
Film
Whitetail, nu in de bioscoop
De trailer vindt u hier

Natuur als stille getuige van een trauma
Whitetail van de Nederlandse regisseur Nanouk Leopold speelt zich af in de bossen van Zuidwest-Ierland. De film opent met een dramatische scène, waarin Jen, een tiener nog, met haar vriendje Oscar op jacht is in diezelfde bossen en per ongeluk een afgrijselijk drama veroorzaakt. Twintig jaar later gaat ze nog steeds – en zeer invoelbaar – gebukt onder de schuld en het trauma van het voorval, maar ze heeft ook een ongemakkelijke vrede gesloten met haar verleden. Jen (prachtige rol van Natasha O’Keeffe) is boswachter (‘ranger’) en woont bij haar vader. Ze houdt mensen, en zeker mannen, op afstand; ze heeft een ex, er is een politieman die haar wel ziet zitten maar ze moet hem niet, en met haar vader heeft ze een moeizame relatie. Die min of meer stabiel wankele toestand verandert als Oscar na de dood van zijn moeder weer terugkeert in hun dorp. Geschokt door deze terugkeer moet Jen nu de confrontatie aangaan met de adolescent die een man is geworden en die haar in haar crisismoment in de steek heeft gelaten.
Nieuw evenwicht
De film focust vooral op Jens innerlijke worsteling, die zoals meestal in de films van Nanouk Leopold in stille, handelingsrijke scènes wordt verbeeldt: de strijd die ze aangaat tegen een stroper die de natuurlijke orde verstoort, de regen die op gezette tijden losbarst, hoe ze opgaat in het landschap – het is allemaal meer dan alleen achtergrond of decor. Maar het zou ook te makkelijk zijn om dat symbolisch te duiden; Leopold laat zo vooral zien hoe haar hoofdpersoon geleidelijk verandert en een nieuw evenwicht vindt, in haar verbinding met het bos en de aarde. Zoals Leopold het zelf zegt: ‘Het landschap kijkt naar hoe het hoofdpersonage worstelt met haar leven en haar schuldgevoel, maar zelf verandert het niet. Dat werkt verzachtend.’ En hoopvol, ben je geneigd daaraan toe te voegen na het zien van deze film, want het is dezelfde omgeving waar de traumatische gebeurtenis zich afspeelde.
Henk Maassen
Documentaire
Just Our Heart, nu in de bioscoop en te zien op picl.nl
De trailer vindt u hier

Op zoek naar rituelen voor rouw
Rouw kent, anders dan andere menselijke hartstochten, geen bevrediging, heeft de Engelse essayist Dr. Johnson (1709-1784) opgemerkt: ‘De vrek verbeeldt zich altijd dat er een bepaald bedrag is dat zijn hart tot de rand zal vullen; en iedere ambitieuze man heeft, net als koning Pyrrhus, een doel in zijn gedachten, namelijk het beëindigen van zijn werk, waarna hij de rest van zijn leven in gemak of vrolijkheid, in rust of toewijding zal doorbrengen.’ Zelfs met pijnlijke hartstochten – angst, jaloezie, woede – suggereert de natuur ons altijd een oplossing, en daarmee een einde aan dat beklemmende gevoel, maar tegen rouw biedt de natuur geen remedie, stelt Johnson: ‘Het vereist wat het niet kan hopen, namelijk dat de wetten van het universum worden ingetrokken; dat de doden moeten terugkeren, of dat het verleden moet worden herinnerd.’ Rouw, aldus Joan Didion (1934-2021) in haar magistrale The Year of Magical Thinking is daarom ‘het tegenovergestelde van betekenis’, de ‘oneindige absentie, de totale leegte’. En in Steeds is alles er, een mooi boekje dat ze schreef na het overlijden van haar ex-partner, merkt Marjoleine de Vos op: ‘De rouw verhuist jezelf, naar je weet niet waar. Naar ergens waar je dus niet thuis bent, ook al beweert de voordeur nog zo: hier is het…je weet de weg niet meer, niet meer écht.’ Heel raak is ook: ‘Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt.’ Dat zegt een van de hoofdpersonen in de documentaire Just Our Heart van Maartje Nevejan, die zelf ook een groot verlies heeft te dragen.
Rituelen
Soms impliciet, soms expliciet laat ze in haar film niet alleen zien hoe waar al deze uitspraken zijn, maar ze gaat ook op zoek naar (nieuwe) rituelen die de rouw, zoals dat tegenwoordig in het therapeutisch dieventaaltje heet, ‘een plek kunnen geven’. Het gaat over het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. We zijn bij een kring van mensen die rouwenden – grotendeels gewonde mensen voor wie de wereld betekenisloos en wreed is geworden. We maken kennis met psychologe Débora González die onderzoek doet naar de rol van de psychoactieve drank ayahuasca bij complexe rouw – en voorwaar: ‘the doors of perception’ gaan open. Met rouwpionier Roshi Joan Halifax die inzichten deelt uit haar decennialange werk met stervenden. En met een muzikante die rouwt om koloniale en ecologische verwoesting. Rouw, wil Nevejan kennelijk laten zien, gaat niet alleen om het verlies van dierbaren. Maar ook om wat we moeder aarde aandoen – en de film wordt zo tevens een aanklacht tegen imperialisme, kolonialisme en kapitalisme.
Voor mij holt dat het begrip rouw uit – het is te veel, te divers. Aan het slot van de film was ik daarom ontspoord: ik was de ernst waarmee Johnson, Didion en De Vos de thematiek benaderen totaal kwijt.
Meer over rouw leest u in een recent themanummer van het Nederlands Tijdschrift voor Literatuur en Geneeskunde.
Henk Maassen
Film
Peak Everything, nu in de bioscoop en te zien op picl.nl
Hier vindt u de trailer

Liefde in tijden van ecodepressie
Regisseur Anne Émond schreef Peak Everything vanuit een persoonlijk gevoel van crisis. In interviews heeft ze verteld hoe het scenario ontstond uit een periode van depressie en vooral eco-angst – een gevoel van existentiële onrust dat kenmerkend lijkt voor deze tijd.
Haar film volgt de lotgevallen van Adam, een hondenkennelhouder die gebukt gaat onder depressie, slapeloosheid en klimaatangst. Hij heeft bovendien een slechte relatie met zijn vader. En dan is er ook nog een verwarrende, erotiserende stagiaire die hem zijns ondanks verleidt maar uiteindelijk toch haar biezen pakt.
Noch die botte vader, noch zijn goede vriend of een – eenmalig – geconsulteerde psychiater kan de ‘neurodivergente veertiger’ zoals de stagiaire hem noemt, helpen. Dus helpt hij zichzelf: door zich als een soort vlucht uit de werkelijkheid eindeloze sneeuwlandschappen in te beelden waarin hij rondzwerft en door te mediteren met een zware, rustgevende stem op zijn koptelefoon. Wanneer Adam een lichttherapielamp heeft gekocht om zijn gemoedstoestand te verbeteren, belt hij de ondersteuningslijn van de fabrikant en komt zo in contact met Tina, werkzaam in het callcenter. Daaruit groeit een onverwachte band die Adam uit zijn nogal geïsoleerde bestaan haalt. Zijn leven slaat op hol en wordt ontegenzeggelijk vrolijker. Of dat ook beter is, valt te bezien.
Moderne leven
Anders dan in de documentaire Just Our Heart (hierboven besproken), waarin mensen rouwen om de teloorgang van de natuur, vond ik de ‘ecodepressie’ in deze fictiefilm wel geloofwaardig. Misschien omdat de maakster probeert de tegenstrijdigheid van het moderne leven te vangen: terwijl de wereld in crisis verkeert, blijven mensen zich bezighouden met alledaagse, universele problemen in hun onderlinge relaties en de liefde. Dat contrast levert zowel komische als ontroerende momenten. De oorspronkelijke titel van deze zich in Franstalig Canada afspelende film luidt dan ook veel passender: Amour Apocalypse.
Henk Maassen